Wat is de betekenis van Bordes?

2020
2021-04-20
Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

BORDES

UIT: Nieuwe kabinetsploeg bijeen voor overleg (NRC Handelsblad, 14 oktober 2010) CONTEXT: Het kabinet staat vanmiddag op het BORDES van Paleis Huis ten Bosch. Na 127 dagen is daarmee de kabinetsformatie ten einde. : verhoogde stoep met treden UITSPRAAK: [bor-des] WOORDFEIT: Bordes is voor het eerst aangetroffen in 1385 in de vorm bertessche of...

Lees verder
2019
2021-04-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bordes

bordes - Zelfstandignaamwoord 1. verhoogd platform dat bereikbaar is via een aantal treden en toegang geeft tot een gebouw De koning werd verwelkomd op het bordes van het stadhuis. 2. horizontaal deel tussen twee delen (steken) van een trap waar men even kan rusten Verwante begrippen...

Lees verder
2017
2021-04-20
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Bordes

Platvorm waarop een zak graan wordt geplaatst voor het leegstorten in de kaar. Synoniem: bok.

1994
2021-04-20
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Bordes

[OFr. bretesche = belegeringstoren; houten uitbouw boven een poort] 1 verhoging met treden vóór of achter een huis; 2 vloertje midden in een trap als plaats voor korte rust; 3 (spoorw.) laadvloer.

Lees verder
1993
2021-04-20
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Bordes

verhoogde stoep met treden; laadvloer (spoorwegen)

1980
2021-04-20
Blauwe Scheen

Lexicon Beeldende Kunstenaars

Bordes

Mr Arnoud Jacob Theodore de; geb. Den Haag 28 mei 1805, overl. Leiden 30 november 1864. Lithograaf en tekenaar. Was raadsheer Prov. Gerechtshof in Den Haag.Scheen 1946 en 1969; Waller.

Lees verder
1973
2021-04-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

bordes

bordes - o. (-sen), 1. verhoogde stoep met treden, met of zonder leuning, aan de voor- of aan de tuinzijde van een huis; 2. vloertje, portaal, veelal vier- of vijfmaal zo breed als de aantreden, bovenaan of middenin een trap, overloop; 3. verheven zit- of standplaats, b.v. van een bestuurder; 4. plank boven de keldertrap; houten of stenen luik o...

Lees verder
1950
2021-04-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Bordes

o. (-sen), 1. verhoogde stoep met treden, met of zonder leuning, hetzij aan de voor-, of aan de tuinzijde van een huis. 2. vloertje, portaal, veelal vier- of vijfmaal zo breed als de aantreden, boven aan of midden in een trap. 3. verheven zit- of standplaats, b.v. van een bestuurder. 4. (Zuidn.) tamboer, uitgebouwd, overdekt houten portaal voor de...

Lees verder
1933
2021-04-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Bordes

Bordes - Charles, Fransch musicus, * 12 Mei 1863, ✝8 Nov. 1909; dirigent, organist en componist, leerling van César Franck. Richtte in 1894 de Association des Chanteurs de St. Gervais en in 1898 de Schola Cantorum (de St. Gervais) op. Zijn invloed strekte zich echter uit over geheel Frankrijk, waar hij op het gebied der kerkmuziek een waar en vruch...

Lees verder
1916
2021-04-20
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Bordes

Hooge trap of stoep, trapportaal.

1898
2021-04-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bordes

BORDES, o. (-sen), verhoogde stoep met treden, met of zonder leuning, zoowel aan de voor-, als aan de tuinzijde van een huis; — vloertje, portaal, veelal vier- of vijfmaal zoo breed als de aantreden, boven aan of midden in eene trap; — verheven zit- of standplaats, gestoelte, enz.; inz. thans verhoogde standplaats van den bestuurder va...

Lees verder
1870
2021-04-20
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Bordes

Bordes (Tobie Constantijn de), een uit­stekend Nederlandsch regtsgeleerde, werd ge­boren te Amsterdam uit een aanzienlijk ge­slacht den 13den December 1773. Na het bezoeken van het gymnasium en van de doorluchtige school zijner geboortestad werd hij — een jongeling van groote gaven — in 1795 tot meester in de regten bevorderd en bekleedde achtereen...

Lees verder