2019-12-05

Boorijzer

BOORIJZER, o. (-s), halfronde, holle ijzeren staaf eener boor (om gaten in hout te maken), onderaan voorzien van een scherp, schuin lepelblad (lepelboren) van een lepelblad met fretje eraan (fret-, handboor) eene ijzeren staaf eindigende in eene schroef met tanden en fretje, (schroef- of slingerboor); of in eene scherpe punt met mes en eene soort schaafje, (centerboor) van boven opgesloten in eene dwarsstaaf of kruk, óf in een houten omslag of zwengel die weder draait in een afzonderlijk beweeg...

2019-12-05

Boorijzer

Boorijzer, de ijzeren staaf, aan het ondereinde van een bijzonder gevormde, in den regel lepelvormige, punt voorzien, gebezigd om gaten te boren in grof houtwerk b.v. balken.

2019-12-05

boorijzer

boorijzer - Onderdelen van gereedschappen van verschillende maten, die in een booromslag of elektrische boor passen en worden rondgedraaid om een gat te boren.