Wat is de betekenis van bonus?

2019
2022-05-17
Willem G. Keeris

Willem G. Keeris (1942) is emeritus hoogleraar Vastgoedmanagement en tevens visiting professor bij de groep Real Estate & Housing van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

Bonus

Bonus is de algemeen gehanteerde, niet gespecificeerde benaming voor een financieel toe te kennen voordeel, in geldwaarde uitgedrukt, of via de toekenning van een of meer gratis aan-delen, die – afhankelijk van de context – door de betreffende onderneming wordt toegekend aan de aandeelhouders, c.q. aan het bestuur en (eventueel) aan de...

Lees verder
2019
2022-05-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bonus

bonus - Zelfstandignaamwoord 1. een extraatje, meestal als beloning - Managers krijgen vaak een bonus (heeft echter weinig te maken met 'goed') maar nooit een malus (hoewel daar nu juist vaak een reden voor is)! - de tijdgeest: iedere 'topman' van een kauwgombal...

Lees verder
2018
2022-05-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bonus

bonus - zelfstandig naamwoord uitspraak: bo-nus 1. een lagere prijs die je ergens voor betaalt ♢ dit artikel is een bonusaanbieding 2. een extra uitkering die iemand krijgt ♢ als je hier goed je...

Lees verder
2017
2022-05-17
Flipperfanaten

Jargon & Slang van Flipperfanaten

Bonus

Bonus - extra punten die te danken zijn aan het raken van een bepaald doel of een combinatie van doelen.

2005
2022-05-17
Bedrijfseconomie voor het besturen van organisaties

Bedrijfseconomie voor het besturen van organisaties

Bonus

Extra uitbetaling aan de werknemer die een bijzondere arbeidsprestatie heeft geleverd.

2003
2022-05-17
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

bonus

bonus - Zie bonusaandeel. De term wordt in Engelssprekende landen in de levensverzekering gebruikt voor het winstaandeel, dat de levensverzekeraar aan de verzekeringsnemers ten goede laat komen.

1998
2022-05-17
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

bonus

premie

1994
2022-05-17
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Bonus

[Eng., van Lat. bonus = goed] uitkering van bijzondere aard, extra uitkering aan aandeelhouders in de vorm van een aandeel (bonusdeel): winstaandeel aan verzekerden van een levensverzekeringsmaatschappij; ook: extra loon, gratificatie.

1993
2022-05-17
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Bonus

extra-uitkering; winstaandeel

1987
2022-05-17
Reclame woordenboek

Frans van Lier - 1987

Bonus

Extra, gratis toevoeging.

1973
2022-05-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bonus

[Lat., goed], m. (-sen), gratificatie, uitkebontbekplevier (Charadrius hiaticula). ring van bijzondere aard. Een bonus kan zijn een buitengewoon dividend, betaalbaar in geld of in aandelen; een premie aan inschrijvers wegens leningen; een winstaandeel aan de verzekerden van een levensverzekering uitgekeerd.

1955
2022-05-17
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Bonus

gratificatie, premie

1951
2022-05-17
Engels

Woordenboek Engels (1951)

Bonus

premie; extra-dividend; tantième; toeslag, gratificatie.

1950
2022-05-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bonus

(Eng.), uitkering van bijz. aard, b.v. een buitengewoon dividend, betaalbaar in geld of in aandelen; — premie aan inschrijvers wegens verschil tussen de prijs van uitgifte en de koers van nieuwe leningen; — winstaandeel aan de verzekerden ener levensverzekering Mij. uitgekeerd.

1949
2022-05-17
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

Bŏnus

c o m p. mĕlĭor, -ĭus, g e n. -ōris, s u p. optĭmus I. a. in ’t alg., goed. b. in ’t bijz., (van uiterlijk) knap, schoon; van goede afkomst, voornaam, aanzienlijk, fatsoenlijk; (in zijn vak) goed, degelijk, flink, wakker, en zo (als soldaat) ferm, wakker, dapper (meestal subst.). | (van physieke eigenschappen) goed, voortreffelijk, fris...

Lees verder
1948
2022-05-17
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

bonus

(Lat.) m. gratificatie, toegift, premie, extra-uit-

1940
2022-05-17
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Bonus

zie: Naamlooze Vennootschap.

1937
2022-05-17
Scholastiek Lexicon

Latijns-Nederlandsch

BONUS

1. Objektief Goed (Tgd MALUS, Slecht) 2. Subjektief Goed (Tgd MALUS, Slecht). Unumquodque dicitur bonum, inquantum est perfectum, s. THOMAS, SUM. THOL. I, Q. 5, A. 5, C., Alles wordt goed genoemd, in zoover het volmaakt is, THEOL. SUM. I, 122. Bonum dic(f)tur id quod simpliciter complacet appetitui, pulchrum autem dic(i)tur id cui...

Lees verder
1937
2022-05-17
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bonus

m. (gratificatie, toegift, premie).

1933
2022-05-17
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Bonus

extra-uitkeering, soms i/d vorm v. aandeelen, aan aandeelhouders.