Wat is de betekenis van Bomen?

2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bomen

bomen - Werkwoord 1. (inerg) langdurig en uitgebreid praten over minder belangrijke zaken 2. (ov) (scheepvaart) met een lange stok een bootje voortduwen Een bok was een scheepstype dat uitsluitend geboomd werd. bomen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naa...

Lees verder
2002
2021-01-26
XYZ van Amsterdam

Geschreven door J. Kruizinga Gerrit Vermeer, 2002

Bomen

Bomen - Amsterdam had al in de 14de eeuw een keur die de bomen moest beschermen. Op beschadiging stond een flinke boete. In 1627 werd de eerste officiële stadsgaardenier benoemd, die zich met de houtvesterij bezig hield. In de 17de en 18de eeuw moet de stad bijzonder boomrijk geweest zijn, zoals nog op oude prenten te zien is. Vooral de grachten wa...

Lees verder
1985
2021-01-26
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

BOMEN

spelen een grote rol in volksverhalen en -gebruiken; zo kent men in Noord-Brabant o.m. de duivelsboom, een vreemde spar, welke gedaante door de duivel zou zijn aangenomen, in Oisterwijk; een kabouterboom, waarin aardmannetjes zouden verblijven, o.m. in Haaren en Moergestel: een doornboom in Hilvarenbeek; heksenbomen in diverse plaatsen, o.m. te ken...

Lees verder
1973
2021-01-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

bomen

bomen - bo'men, (boomde, heeft geboomd), 1. schepen of vlotten in ondiep water met een vaarboom voortduwen; 2. (deuren, luiken) met een sluitboom sluiten; 3. (weverij) de door de evenaar uitgespreide ketting op de kettingboom winden; 4. (jagersterm voor een fazant die op de vlucht wordt waargenomen) zich op een boomtak neerzetten; 5. (gemee...

Lees verder
1950
2021-01-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Bomen

I. (boomde, heeft geboomd), 1. (kleine schepen, vlotten) in ondiep water met een boom voortduwen. 2. (deuren, luiken) met een sluitboom sluiten; 3. (weverij) de ketting door de evenaar uitgespreid op de kettingboom winden. 4. (jag. v. e. fazant die wordt opgedaan, d.i. gezien terwijl hij de vlucht neemt) zich op een boomtak neerzetten. 5. (gemeenz....

Lees verder
1928
2021-01-26
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Bomen

Pracht van ons landschap. Heb je wel eens opgelet, hoe mooi een boom eigenlijk is met zijn sterk groen bladerkleed? Als je er één alleen op een heuvel ziet staan, de donkere takken net als armen uitgestrekt tegen den avondhemel, of als je er een heleboel bij elkaar ziet in een bos, waar de zon doorheen speelt als met duizenden gouden...

Lees verder