Synoniemen van bolletje

2020-04-07

bolletje

bolletje, 1. aardige, toffe kerel: Hij was ’n bolletje, ’n toffe kerel; 2. dikzak: Straattaal.

2020-04-07

Bolletje

Bolletje - slang voor ‘bepaalde hoeveelheid heroine of cocaïne’. Sinds de jaren tachtig. Dan stuurt die dealer bewust iemand de straat op met een bolletje op zak. Nieuwe Revu, 12-11-97

2020-04-07

bolletje

Zie citaat. Geen keus: snuit in de wind, en hem zo snel mogelijk naar voren brengen, naar het bolletje - zo noemen we de pluk renners voor aan de groep, uit de wind. (HP/ De Tijd, 28/06/2002)

2020-04-07

bolletje

bolletje - Zelfstandignaamwoord 1. een zacht broodje in de vorm van een bol Mijn buurjongen bleef maar van die bolletjes eten. bolletje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bol Synoniemen kadet, kadetje

2020-04-07

bolletje

Heroïne in het spraakgebruik van junkies en dealers. De term is zo vaag dat je hem eerder met snoepgoed dan met harddrugs zou associëren. Ze had maar liefst zes bolletjes versierd, eentje voor Lange Jan, haar vriend, en de rest hield ze nog maar even apart. Geert Mak: De engel van Amsterdam. 1992 En ja hoor: een van ons krijgt op een stil plekje ongevraagd wat witte bolletjes aangeboden ‘om te roken’. De Groene Amsterdammer, 09-04-97 De afzet van heroïne is groot in Prishtina....

2020-04-07

Bolletje

BOLLETJE, o. (-s), kleine bol: (gew.) het bolletje wasschen, drinken op de gezondheid van een jonggeborene, (zie BOL).

2020-04-07

bolletje

bolletje - o. (-s), 1. kleine bol in alle betekenissen (zie bol); (zegsw.) die staat op het rolletje, die zal het kosten zijn –, als de bestemde dag daar is kan men de dood niet ontgaan; het – wassen, drinken op de gezondheid van een jonggeborene; holletje of –, bepaald kinderspel: raden of de opgeworpen pet met de opening naar boven of naar beneden neerkomt; 2. bolvormig, snel verwisselbaar onderdeel van een bepaald type elektrische schrijfmachine, voorzien van ca. 90 letter-...