Wat is de betekenis van Bollen?

2020
2022-01-23
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

bollen

1) (2006) (znw.) (jeugd) XTC-pillen. •Bizarre bollen: een literatuuronderzoek naar de kwaliteit van xtc in België en Nederland. (Tom Decorte: Ecstasy in Vlaanderen. 2005) •In het uitgaansleven worden XTC-pillen ook wel 'bollen' genoemd. (H. De Ridder: Jongeren, ouders en drugs. 2006) • (Prisma miniwoordenboek. Drop...

Lees verder
2019
2022-01-23
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

bollen

(hard) rijden In deze betekenis in 1973 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst. Een variant van rollen? • Ik laat de wagen met zo’n honderdtachtig zo hard bollen als hij kan, langs bochten en ravijnen. ¶ Tonio Hildebrand, Het gaat niet om geld (1973), p, 52 • En Julien Vernaere, een kleine, vriendelijke Belg bekijkt hoof...

Lees verder
2019
2022-01-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bollen

bollen - Werkwoord 1. (intr) bol gaan staan 2. (ov) bol maken bollen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bol Woordherkomst Herkomst: Bargoens afgeleid van bol met het achtervoegsel -en

Lees verder
2018
2022-01-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bollen

bollen - regelmatig werkwoord uitspraak: bol-len 1. bol gaan staan ♢ de zeilen van de boot bollen in de wind Regelmatig werkwoord: bol-len ik bol jij/u bolt ...

Lees verder
2017
2022-01-23
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Bollen

Bollen - (ww.) rijden, fietsen. In Vlaanderen algemeen gebruikt, in Nederland uitsluitend vakjargon. Zie ook uitbollen.

2015
2022-01-23
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

bollen

(rustig) rijden (informeel) In 2008 moeten de eerste auto's over de nieuwe Boulevardbrug bollen, de oude brug wordt na de werken afgebroken. (Het Laatste Nieuws) Zie ook: uitbollen. Belgisch-Nederlandse Standaardtaal Gangbaarheid: 7 Vlaamsheid: 1

Lees verder
2009
2022-01-23
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

bollen

Eufemisme voor anabole steroïden. Rijden, fietsen. In Vlaanderen algemeen gebruikt, in Nederland uitsluitend vakjargon. De Belg Philippe Thys kwam zegevierend Parijs binnenbollen, met de glimlach streek hij de hoofdprijs van 39.900 francs op. (Stan Lauryssens: De Flandriens. 1973) Toen Maertens over de aankomstlijn bolde en zodoende eindelijk zij...

Lees verder
2009
2022-01-23
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

bollen

1 (onov ww; bolde; h. gebold) Belg.N. - (op een rustige en ongehinder de manier) rijden, fietsen, syn. rollen. 2 (mv.) SP - anabole steroïden

Lees verder
1982
2022-01-23
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

BOLLEN

of stekbollen. Een volksspel dat in Zeeuws-Vlaanderen hier en daar (o.a. Oostburg, Aardenburg) nog vrij veel wordt gespeeld. Er moet een bal over een baan naar een korte staak (de stekke) worden gegooid met de bedoeling dat hij zo dicht mogelijk daarbij belandt.LITERATUUR Ghijsen, Woordenboek, 122-123. Aalbregtse, Folkloristisch bollen....

Lees verder
1973
2022-01-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bollen

(bolde, heeft gebold), 1. naar de stier verlangen, tochtig zijn (van koeien); een koe laten –, naar de stier brengen; (ook) die stier bolt niet meer, springt niet meer; 2. huilen.

Lees verder
1954
2022-01-23
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Bollen

Veel gebruikte naam voor de zaaddozen van de vlasplant (Linum usitatissimum L.).

1950
2022-01-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Bollen

I. (bolde, heeft gebold), (gew.) 1. naar de stier verlangen, tochtig zijn (van koeien); een koe laten bollen, naar de stier brengen; ook die stier bolt niet meer, springt niet meer; vgl. stieren. 2. huilen. II. (bolde, heeft gebold), 1. een werpspel spelen; alleen nog gew., inz. in Z.-Ned.: een krullebol (vloerbol...

Lees verder
1937
2022-01-23
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bollen

bolde, h. gebold (1 het vlas ontdoen van de zaadbollen, repelen; 2 dollen inz. v. e. rund; 3 bollejagen, gew.; 4 Z.-N. rollen; 5 Z.-N. met de bol spelen, d. i. een bol rollen of „schieten” naar een bepaald punt; die het naast bij het punt komt, wint het spel): 1. druk aan 't bollen; 2. een os bollen; 3. inz. in de onbep. wijs; 4. d...

Lees verder
1933
2022-01-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Bollen

Bollen - → Bezanten; ze kunnen ook van kleur zijn.

1898
2022-01-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bollen

Het begrip bollen heeft 4 verschillende betekenissen: 1. bollen - BOLLEN, (bolde, heeft gebold), (gew.) naar den stier verlangen, tochtig zijn (van koeien); eene koe laten bollen. naar den stier brengen; ook die stier bolt niet meer, springt niet meer; vgl. stieren; — (gew.) huilen. 2. bollen - BOLLEN, (bolde, heeft gebold), (veend.) bollej...

Lees verder