Wat is de betekenis van Bol?

2024-05-22
Winkler Prins Junior

Winkler Prins Encyclopedie

2024-05-22
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-22
AI woordenboek

ChatGPT (2023)

BOL

BOL (Beroeps Onderwijs en Leren) is een vorm van beroepsgericht onderwijs in Nederland. BOL-opleidingen hebben als doel studenten de vaardigheden en kennis te bieden die ze nodig hebben om succesvol te zijn in hun toekomstige carrière. BOL-opleidingen worden aangeboden op middelbare scholen en op ROC's (Regionale Opleidingen Centra) en...

2024-05-22
WhatsApp woordenboek

redactie Ensie (2023)

BOL

Be On Later

2024-05-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

bol

1) (18e eeuw, vero.) uitmuntende vent; kraan. • ‘'t Is een bol, - 't is een kraan van een vent,’ mompelde hij in stilte: ‘niets geen pedanterie of soesah! (Justus van Maurik: Met z'n achten. Novellen en schetsen. 1883) • Ik wierd dan wel een bol in de kroeg, maar ik dorst toch niet langer blijven als acht uur; soms wie...

2024-05-22
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

bol

bol - Zelfstandignaamwoord 1. (wiskunde) (o.a. stereometrie) driedimensionaal lichaam, begrensd door een gebogen oppervlak waarvan alle punten even ver verwijderd zijn van het middelpunt, sfeer 2. min of meer rond voorwerp Bovenop de mast was een bol bevestigd, waarop je moest proberen te blijven sta...

2024-05-22
CBS begrippenlijst

CBS (2018)

bol

Zie: Beroepsopleidende leerweg (bol)

2024-05-22
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

bol

bol - zelfstandig naamwoord 1. bovenste deel van het lichaam, met ogen, neus, mond, etc. ♢ iemand een aai over zijn bol geven 1. iemand een aai over zijn bol geven [een compliment geven] ...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-22
Jargon & Slang van Soldaten

Marc De Coster (2017)

Bol

Bol - in Nederland wellicht de meest gebruikte term voor een rekruut. Verkorting van oliebol. In andere talen: Fr. bidasse, culotte de peau, piou­ piou, troufion; Eng. cruity, pongo; Du. Barrasit, Kommissknüppel, Piep, Pipel, Schniefer.