Bol
I. m. (-len), 1. (meetk.) lichaam, begrensd door een gebogen oppervlak waarvan alle punten even ver verwijderd zijn van één punt, het middelpunt, in het midden v. h. lichaam; — (nat.) Maagdenburger halve bollen, twee luchtdicht op elkander sluitende holle halve bollen, die men luchtledig kan maken; — 2. hemellichaam...