Wat is de betekenis van Bok?

Synoniemen van Bok

2020
2020-10-30
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

bok

Het begrip bok heeft 15 verschillende betekenissen: 1) volwassen mannelijke geit. 2) mannetje van herten, gemzen e.d.. volwassen mannelijk zoogdier uit de families van de hertachtigen of van sommige soorten uit de familie van de holhoornigen, zoals de antilopen, de gemzen en de steenbokken. 3) holhoornig zoogdier. zoogdier va...

Lees verder
2020
2020-10-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bok

bok - Zelfstandignaamwoord 1. (zoogdieren) een mannelijke geit 2. een toestel bij het turnen 3. een mennerszitplaats bij een rijtuig 4. een platform waarop een dirigent voor het orkest staat 5. een zware hijskraan 6. een ondersteuning waarop zware toestellen kunnen geplaatst worden 7. (spel) een speelsteen bij het sjoelen die boven op...

Lees verder
2020
2020-10-30
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

bok

1) (19e eeuw, vero.) (stud.) (meestal meerv.) meisje dat zich seksueel uitbundig gedraagt; prostituée (die alleen studenten als klant had): 'naar de bokken moeten'. In het Zuid-Afrikaans heeft 'bok' of 'bokkie' ook de betekenis van liefje, minnares. • De deur staat aan. Naar binnen! Naar boven! l...

Lees verder
2017
2020-10-30
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Bok

1. Patroniem bij de Germaanse voornaam Bocco/Bucco, mogelijk een afgesleten vorm van een -burg-naam als Borghard/Burkhard. Vergelijk varianten als Beukens/Bockens en Boks/Bu(ck)x en naamvormen als Bogers/Burgers, Bokk(er)ink en Bokma. 2. Ivm. de diernaam bok een aanduiding voor iemand die een bok heeft, iemand die deze dieren verhandelt of slacht....

Lees verder
2017
2020-10-30
Havenarbeiders

Jargon & Slang van Havenarbeiders

Bok

Bok - oprit, vliegende steiger. Ook gebruikt voor een platboomd vaartuig dat dient voor het lichten van gezonken schepen.

2017
2020-10-30
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Bok

Platvorm waarop zag graan wordt geplaatst voor het leegstorten in de kaar. Synoniem: bordes, zakkenbank.

2017
2020-10-30
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

Bok

Bok is aan het begin van deze eeuw op het Groningse Hogeland gebruikt voor 'borrel'. Een dialectwoordenboek gaf in 1929 als voorbeeldzin 'n bok mit smoren voor 'een borrel te drinken'. Deze borrel naam lijkt te zijn ontstaan uit de oudere uitdrukking de bok aan 't touw hebben voor 'dronken zijn'. Deze zegswijze was niet alleen in Groningen bekend,...

Lees verder
2012
2020-10-30
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Bok

Een bok is een mannelijk dier bij onder andere de geit, het hert en de ree. In tegenstelling tot de geit wordt hij als symbolische figuur meestal negatief geïnterpreteerd. Bij het Laatste Oordeel wordt de bok bij het toenemen van de onderdrukking van de seksualiteit tot onrein wezen tot de eeuwige hellestraf veroordeeld. De duivel lijkt in de icono...

Lees verder
2008
2020-10-30
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

bok

(de; -ken) 1 GY - gymnastiekwerk- tuig met een vrijwel vierkant platform met afgeronde hoeken voorzien van een dek van zacht materiaal, bv. leer, om op en over te springen, meestal met drie of vier poten, ook uitgevoerd met één poot in het midden, syn. springbok. 2 GY - (gymnastiek)spel waarbij een deelnemer voorovergebogen staat, op of over wie de...

Lees verder
2002
2020-10-30
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Bok

Verhoging aan de voorzijde van de koets waarop de koetsier zit.

2000
2020-10-30
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Bok

De bokken van de schapen scheiden, de slechten van de goeden scheiden; soms ook van zaken: sorteren. Ook wel de schapen van de bokken scheiden. In Matteüs 25:32 wordt beschreven hoe de Zoon van God bij zijn komst op aarde over het mensdom zal oordelen: ‘Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zo...

Lees verder
1998
2020-10-30
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Bok

zie ook op de ballen van de bok/commandant!; Moos, kom van de bok af: 1. bij de - gezet worden,in de boot genomen worden: Zo, word ik even bij de bok gezet‘word ik hier effe mooi in de boot genomen’. Iemand bij de bok doenis ‘hem erin laten lopen’. 2. de- verzetten,eufemisme/cliché uit de huiselijke kring voor ‘naar het toilet gaan’. 3. een - hebbe...

Lees verder
1997
2020-10-30
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

bok

In de Mengel-dichten [circa 1710] van J. de Regt komt de bastaardvloek o gants bokke bloed voor. De vloek o of bij Gods bloed heeft hier zijn blasfemisch karakter geheel verloren. Ook de verbastering o gants bloed ‘bij Gods bloed’ heeft haar angel verloren, doordat de bok de plaats van de watervogel al...

Lees verder
1994
2020-10-30
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

bok

bok - zelfstandig naamwoord 1. mannetjesgeit ♢ vroeger spanden ze de bok voor de bokkenwagen 1. de bokken van de schapen scheiden [de mannen van de vrouwen scheiden] 2. een oude...

Lees verder
1992
2020-10-30
Symbolen

Hans Biedermann

bok

(geitebok), in tegenstelling tot zijn vrouwelijke tegenhanger de geit, een meestal negatief geïnterpreteerde symbolische figuur. Terwijl voorchristelijke wereldbeelden aandacht schenken aan zijn viriliteit (bokken trekken de wagen van de Germaanse dondergod Thor; de vuurgod Agni uit de Veda’s rijdt op een bok) of die eigenschap karikatur...

Lees verder
1969
2020-10-30
Pieter Scheen

Rode Scheen: Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950

Bok

Bok - zie H. Geuvers.

1958
2020-10-30
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

BOK

(Fr.: idem). Houten praam, in de Fr. veenstreken gebruikt voor vervoer van turf en hooi. Met een B. wordt als regel niet gezeild; het vaartuig wordt van de wal af met een vaarboom voortgeduwd (Fr.; trilkjen). In Boven Knijpe is nog een werf voor deze schepen (Fr.: bokhelling). zie Vervening.

Lees verder
1939
2020-10-30
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Bok

Onbeschermd door jachtwet.

1933
2020-10-30
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Bok

Bok - 1° mannetje bij → geiten, herten, rendieren. Voorstelling in de kunst. Als zondenbok is hij vaak een voorafbeelding van Christus (het verbranden van den bok buiten de legerplaats: Christus’ kruisdood; uitdrijving van den zondenbok naar de woestijn: Christus’ hemelvaart). Reeds in de vroeg-Christelijke kunst worden bij het Laatste Oordeel de v...

Lees verder
1926
2020-10-30
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Bok

Schapen- en geitenbokken worden naast runderen en lammeren vaak als offerdieren genoemd (Ps. 50 : 9 v.v.; 66 : 15; Jes. 1 : 11; Hebr. 9 : 12 v.v.; 10 : 4). Er moeten echter verschillende soorten van bokken onderscheiden worden (Num. 7): edele en ruwharige. De laatste werden in ’t bijzonder bij zondoffers, b.v. de stamvorsten (Lev. 4 : 22 v.v....

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten