Wat is de betekenis van Boete?

2020
2022-05-20
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Boete

Zie Bode Een bekende drager van de naam is Boetius (Boete) Adam(s) (à) Bolswert, geboren in Bolsward omstreeks 1580, gestorven in Antwerpen 1633, schrijver, graveur en illustrator.

Lees verder
2019
2022-05-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

boete

boete - Zelfstandignaamwoord 1. een bedrag dat je moet betalen als je een overtreding hebt begaan Ik kreeg een boete omdat ik te hard reed met de auto. 2. (religie) straf voor (vermeend?) bedreven kwaad Na het doen van boete werden hem alle zonden vergeve...

Lees verder
2018
2022-05-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

boete

boete - zelfstandig naamwoord uitspraak: boe-te 1. geld dat je voor straf moet betalen ♢ ik kreeg een boete voor te hard rijden 1. boete doen [straf ondergaan voor iets dat je verkeerd gedaan hebt]...

Lees verder
2010
2022-05-20
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

boete

boete: geldboetes bestaan er in het wielrennen in alle soorten en maten voor de wielerploegen, de wedstrijdorganisaties en voor de renners. Het is de UCI die, na niet- naleving van bepaalde UCI-reglementen, deze geldboetes uitschrijft in Zwitserse franc en ze ook int. Zo kreeg tijdens de jongste Tour de Kazachse wielerploeg Astana van Lance Armstro...

Lees verder
2009
2022-05-20
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

boete

(de; -s) - geldstraf wegens het overtreden van de regels.

2005
2022-05-20
Mens en recht

Mens en recht

boete

Geldbedrag te betalen aan het uitvoeringsorgaan omdat niet voldaan is aan de informatieverplichtingen.

2005
2022-05-20
Autosport ABC

Autosport ABC door Rob Wiedenhoff

Boete

De snelst behaalde F1-boete staat op naam van Anthony Davidson. De Brit viel in 2002 bij Minardi in voor de Maleisiër Alex Yoong. Bij zijn eerste ritje door de pits in Hongarije werd hij na dertien seconden geregistreerd op 63,3 km/h (limiet: 60 km/h). Kosten: duizend dollar.

2003
2022-05-20
Lexicon Energiemarkt

Jean-Paul Pinon

Boete

De bestuurlijke sanctie bestaande in de verplichting aan de staat een bepaalde geldsom te betalen (artikel 1 Mededingingswet).

1990
2022-05-20
BDI

BDI terminologie

boete

vast bedrag per dag of week dat een lezer moet betalen wanneer hij een boek of ander document langer dan de vastgestelde uitleentermijn in zijn bezit houdt. - leesgeld.

Lees verder
1981
2022-05-20
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Boete

1. algemeen: straf of genoegdoening; 2. in het bijbels spraakgebruik: terugkeer van een slechte levenswandel en bekering tot leven in gehoorzaamheid aan God; 3. een goed werk waardoor de zonden worden uitgeboet; zie biecht.

Lees verder
1973
2022-05-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Boete

v./m. (-n, -s), 1. geldstraf, de lichtste van de drie hoofdstraffen uit de Ned. wetgeving, zie geldboete: iemand een – opleggen, tot een – veroordelen; geldstraf, door partijen bij een overeenkomst gesteld op het niet nakomen van een aangegane verplichting (zie boetebeding): nu het werk te laat is opgeleverd, heeft de aannemer de &ndash...

Lees verder
1964
2022-05-20
voornamen

Voornamenboek

Boete

m -> Bode (Fri.). Een bekende drager van de naam: Boetius (Boete) Adam(s) (à) Bolswert, geb. in Bolsward ca. 1580, gest. in Antwerpen 1633, schrijver, graveur en illustrator.

1955
2022-05-20
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

BOETE

Het begrip boete staat, bijbels gesproken, in nauw verband met de bekering, waarmee het in de vertalingen soms verwisseld wordt. Strikt genomen bestaat de boete in handelingen waardoor men te kennen geeft met de vroegere levenswijze gebroken te hebben en God genadig wil stemmen. De in het O.T. meest bekende boetepraktijk is het vasten, dat niet zel...

Lees verder
1952
2022-05-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Boete

s., boete, bre(u)ke; — krijgen, yn ’e boete falle, slein wurde.

1950
2022-05-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Boete

v. (-n), 1. (vero.) herstelling, heling of aanvulling van iets dat gebroken of gescheurd is; herstel, geneesmiddel, redmiddel; vervulling, voldoening, bevrediging ener behoefte of begeerte; — 2. geldstraf, de lichtste der 3 hoofdstraffen uit onze wetgeving: iem. een boete opleggen, tot een boete veroordelen, (vero.) in boete slaan...

Lees verder
1947
2022-05-20
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Boete

(Lat. poenitentia) is het zelfst.nw. bij het werkwoord boeten, d.i. verbeteren, in welke betekenis de vissers het nog gebruiken voor het herstellen hunner netten. In algemene zin is het de straf of voldoening, vereist tot herstel van onrecht, tot kwijtschelding van schuld, tot zoening van zonde. In de theologie verstaat men onder boete in de eerste...

Lees verder
1937
2022-05-20
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

boete

v. boeten (1 in het algem. genoegdoening, voldoening; rechtst. geldstraf krachtens wet of verordening wegens een overtreding opgelegd, bestaande in een geldsom aan de staat of een ander bevoegd lichaam; bij uitbr. v. e. genootschap enz.; 2 aan God verschuldigde genoegdoening wegens bedreven zonden; boetvaardige gezindheid; R.-K. de ter verzoening m...

Lees verder
1933
2022-05-20
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Boete

1) i/d Kath. Kerk de genoegdoening, aan God verschuldigd, voor bedreven zonden; 2) de door den rechter opgelegde geldstraf wegens een overtreding of misdrijf; 3) het bedrag, dat soms een der contractanten verschuldigd is wanneer een hunner zijn verplichtingen niet nakomt.

Lees verder
1933
2022-05-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Boete

Boete - in de eerste eeuwen der Kerk. Het gaat hier over de openbare b. als kerkelijke instelling. Door het bedrijven van sommige zware zonden plaatste men zich buiten de kerkelijke gemeenschap. Slechts na openlijke belijdenis en min of meer langdurigen boetetijd kon men weer tot de gemeenschap en het ontvangen der H. Communie worden toegelaten. De...

Lees verder
1926
2022-05-20
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Boete

Het woord boete is door de Reformatoren opgevat als een vertaling van het Nieuw-Testamentische woord μετάνοία, in de beteekenis van verandering in de innerlijke gezindheid des harten. „Zij is”, zegt Calvijn, „een waarachtige bekeering onzes levens tot God, die uit een oprechte en ernstige vreeze God...

Lees verder