Wat is de betekenis van Boerderij?

2019
2021-03-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

boerderij

boerderij - Zelfstandignaamwoord 1. (landbouw) een woning met bedrijfsruimte van een boer Hij wilde er op een boerderij een plattelandsbestaan opbouwen, maar had geen rekening gehouden met de primitieve omstandigheden en mores in deze uithoek van het land. 2. (landbouw) een onderneming van...

Lees verder
2018
2021-03-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

boerderij

boerderij - zelfstandig naamwoord uitspraak: boer-de-rij 1. huis met een landbouw- of veeteeltbedrijf ♢ op het platteland staan veel boerderijen Zelfstandig naamwoord: boer-de-rij de boerderij ...

Lees verder
1976
2021-03-05
Gerben Abma

Encyclopedie van het hedendaagse Friesland (1976)

BOERDERIJ

De ingrijpende veranderingen in de landbouw hebben grote gevolgen gehad voor de vorm en bouwwijze van de Friese boerderijen. Aanvankelijk was het vooral de veranderende behoefte aan tasruimte, die van grote invloed was op de boerderijbouw. Later kwam de nadruk meer te liggen op de stalvorm, waarbij eisen van efficiency bepalend werden. Dit leidde t...

Lees verder
1973
2021-03-05
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

boerderij

boerderij - v. (-en), 1. aanduiding voor het complex gebouwen en landerijen bestemd voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf; ook het gebouwencomplex afzonderlijk ; 2. het bedrijf, de nering van boer, het boeren: de — afschaffen, verminderen; de — levert tegenwoordig weinig op. In vroeger tijd had iedere landstreek zijn eigen ty...

Lees verder
1958
2021-03-05
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

BOERDERIJ

(Fr.: pleats). B. is in ruimere zin het land met de bedrijfsgebouwen voor het uitoefenen van het landbouwbedrijf (akker-, weidebouw, of beide, zgn. gemengd bedrijf). Frl. heeft overwegend weidebedrijf, slechts een achtste is bouwland, vooral langs de kust in het N. op kleigrond, voorts een klein deel in het Z.O. en Z. op zandgrond. Uitsluitend weid...

Lees verder
1954
2021-03-05
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Boerderij

(1) Vorm en indeling, verschillende stijl typen. De b. komt in Ned. onder verschillende benamingen voor. Zo spreekt men in het N. van boerenplaats, in het Z.W. van boerenhofstede, in het Midden O. van boerenhuus of boerenhoes, in Limb. van hoeve, terwijl boerderij meer als een algemene benaming geldt. De b. in Ned. komt in verschillende typen voor....

Lees verder
1950
2021-03-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Boerderij

v. (-en), 1. boerenwoning met of zonder bijgebouwen en bijbehorend land. 2. (w. g.) het bedrijf, de nering van boer, het boeren: de boerderij af schaffen, verminderen; de boerderij levert tegenwoordig weinig op; — (Z.-A.) hij gaat aan met de boerderij, ’t gaat hem goed als boer.

Lees verder
1933
2021-03-05
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Boerderij

Boerderij - Onder boerderij kan men in het algemeen verstaan : het gebouw met eventueele bijgebouwen, noodig voor woning en bedrijf van den boer. A)In Nederland. In bepaalde streken treft men bepaalde typen aan, ontstaan uit bedrijf en heerschende levensgewoonten. In het algemeen kan vastgesteld worden, dat in alle streken de boerderij een in zeer...

Lees verder
1898
2021-03-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Boerderij

BOERDERIJ, v. (-en), boerenwoning met of zonder bijgebouwen en bijbehoorend land; — het bedrijf, de nering van een boer; landbouw, veeteelt, boerenbedrijf de boerderij afschaffen, verminderen; de boerderij levert tegenwoordig weinig op; — (Z. A.) hij gaat aan met de boerderij, 't gaat hem goed als boer; — landhuishoudkunde....

Lees verder