Wat is de betekenis van boel?

2020
2022-05-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

boel

1) (14e eeuw, vero.) overspelige man of vrouw. • Zij woont met een moeder, die een slet is; een van wier vele boelen haar indertijd heeft bedreigd, terwijl de moeder even uit was; zij is ordentelijk van natuur, leeft in een gestadige vrees voor den man, bezit een ervaring, welke enkel teleurstelling is geweest... (De Gids. 1909. Deel...

Lees verder
2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

boel

boel - Zelfstandignaamwoord 1. een verzameling van alle zaken Doordat ze zo ontzettend veel gedronken hadden, begonnen ze de hele boel af te breken. 2. (informeel) de gang van zaken Doe geen zaken met hem, hij probeert altijd de boel te belazeren!...

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

boel

boel - zelfstandig naamwoord 1. grote hoeveelheid, groot aantal ♢ er zijn een boel mensen op straat 2. de dingen in de omgeving ♢ wat is het hier een vuile boel! 1. de boel afbre...

Lees verder
1977
2022-05-16
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

boel

boel - minnaar, geliefde; aanvankelijk de vertrouwelijke naam voor een broer, later voor een geliefde. Hebdy u boel verloren, Wat schaden hebdy daer van? Ick seyt u van te voren: Een ander had ie ver toren. daer u seer luttel an, Al kiest ghi een ander man, Antw. Liedb. 1 [1544].Hierbij: boelen, boeleren, vrijen, in ontucht, in overspel leven; boel...

Lees verder
1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Boel

m. (-en), 1. boedel, inboedel: zijn boel wordt verkocht; hun boeltje wordt op straat gezet; zijn boeltje pakken, zich (met zijn spullen) uit de voeten maken; het is er een kale -, het huisraad ziet er armoedig uit; bij uitbr.: zij hebben het arm, moeten zich bekrimpen; 2. collectieve benaming voor een min of meer ordeloze menigte al of niet bijee...

Lees verder
1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Boel

s., boel, bringst, brui, sjou, brot, swik; een vuile —, in troep, in smoarge prûzerij, in fize patroelje, in brit; verwarde —, birêdding; de hele —, de hiele winkel, santepetyk.

1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Boel

m. (-en), 1. boedel, inboedel: zijn boel wordt verkocht; hun boeltje wordt op straat gezet; — zijn boeltje pakken, zich (met zijn spullen) uit de voeten maken; — ’t is er een kale boel, ’t huisraad ziet er armoedig uit; bij uitbr. : zij hebben het arm, moeten zich bekrimpen; — (gew.) hij...

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

boel

m. boeltje (samengetrokken boedel: 1 inboedel; 2 min. een wanordelijke menigte dingen: rommel, hoop; zonder min.: een aantal genoemde of bekende zaken; fig. herrie, wanordelijke drukte; 3 allerlei voorvallen, gebeurtenissen, enigszins min.; 4 een grote hoeveelheid; massa; veel): 1. de boel wordt verkocht; 2. een smerige boel; zij sloegen de boel ko...

Lees verder
1933
2022-05-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Boel

Boel - Pieter, schilder te Antwerpen, * 1622, † 1674; schilderde vooral dieren en stillevens in den trant van J. Fyt (ook goede etsen). Van 1668 af medewerker voor gobelins met Ch. Le Brun te Parijs. Lit.: v. d. Branden, Gesch. d. Antwerpsche schilderschool.

Lees verder
1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Boel

Het begrip boel heeft 2 verschillende betekenissen: 1. boel - BOEL, m. (-en), boedel, inboedel; ‘t is er een kale boel, ’t huisraad ziet er armoedig uit, (ook) zij hebben het arm, moeten zich bekrimpen; — (gew.) hij heeft den boel aan de kamer, hij is arm; — den boel aan kant maken, de kamer opruimen, alles ordelijk op zij...

Lees verder
1870
2022-05-16
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Boel

Onder dezen naam vermelden wij: Cornelis Boel, een verdienstelijk graveur. Hij werd geboren te Antwerpen in 1580 en graveerde met W. de Gheyn Jr 9 platen met een titel, voorstellende de daden en veldsla­gen van Karel V naar A. Tempesta. Ook in Engeland heeft hij gewerkt en onder anderen een fraai titelblad...

Lees verder
1573
2022-05-16
Etymologicum

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Boel

vetus Ancilla, focaria.

Lees verder