Wat is de betekenis van bloemen?

2019
2021-11-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bloemen

bloemen - Werkwoord 1. (kookkunst) (intr) bloemig (kruimelig) worden (aardappelen) bloemen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bloem Verwante begrippen kruimelen

Lees verder
2015
2021-11-28
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

bloemen

bloeien Voor mij niet zomaar de gewone rozen of fresia's. Heel mooie bloemen, maar als ik naar de groothandel trek, neem ik liever pakweg een bloemende muntplant of wat distels mee. (Gazet van Antwerpen) In Algemeen Nederlands wordt het werkwoord 'bloemen' gebruikt voor wat sommige aardappelen doen als ze gekookt zijn...

Lees verder
2005
2021-11-28
Harold Hamersma

wijnbegrippen in gewone mensentaal

bloemen

Ook wil men tijdens een proeverij wel eens 'floraal' roepen. Veelvoorkomende boeketten (of bouquetten): viooltjes en rozen.

2004
2021-11-28
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

bloemen

Verouderde benaming voor de maandstonden; menstruatie. Vroeger sprak men ook wel over de ‘vrouwelijke bloemen’. Daarnaast bestonden in de volkstaal uitdrukkingen zoals ‘haar rozelaar bloeit’ en ‘het maandroosje bloeit’, waarin tevens gezinspeeld wordt op de regelmaat. Dergelijke botanische metaforen vinden we eveneens terug in het Engels: ‘to have...

Lees verder
1992
2021-11-28
Symbolen

Hans Biedermann

bloemen

bloesem wereldwijd symbool van het jonge leven, vanwege de sterrestructuur van de kroonblaadjes vaak ook symbool van de zon, van de aardbol of van het Midden (bijv. de lotusbloem in Zuidoost-Azië). Vele opvallende bloesems werden niet alleen om hun schoonheid vereerd, maar ook om hun gehalte aan psychotrope (de psyche beïnvloedende) stoff...

Lees verder
1973
2021-11-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bloemen

(bloemde, heeft gebloemd), 1. bloeien, in bloei staan; 2. bloem vormen, kruimelig worden: de aardappelen bloemen al.

Lees verder
1950
2021-11-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Bloemen

(bloemde, heeft gebloemd), 1. (Zuidn.) bloeien, in bloei staan; 2. bloem vormen, kruimelig worden: de aardappelen bloemen al; 3. (niet alg.) met bloemen versieren.

Lees verder
1937
2021-11-28
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bloemen

bloemde, h. gebloemd (v. gekookte aardappelen: aan de oppervlakte met witte, melige stukjes afbrokkelen).

1933
2021-11-28
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Bloemen

Bloemen - Norbert van, schilder te Antwerpen en Amsterdam. 1670,♱1746. Vnl. portretten en historische onderwerpen. Zijn hoofdwerk was een „Geboorte” in de Kath. kerk in de Kalverstraat (de Boom) te Amsterdam. Verder weinig van hem bekend. Lit.: v. Wurzbach, Niederl. Künstlerlex.

Lees verder
1928
2021-11-28
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Bloemen

Een van de prettigste, aanlokkelijkste onderwerpen, waarover men maar kan schrijven in de Encyclopedie voor Jongeren, omdat die beide: bloemen en jeugd, zo prachtig bij elkaar passen. Wat zijn bloemen eigenlijk? Wel zeg je: bloemen zijn het allermooiste in de natuur. Bloemen zijn: geur en kleur van de schepping. Zonder bloemen... wat zou alles er a...

Lees verder
1869
2021-11-28
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Bloemen

(Jan Francois van), landschapschilder, geb. 1656 te Antwerpen, sleet het grootste deel van zijn leven .te Rome. (Nolbertus van), portretschilder-, broeder van den vorige, geb. 1672 te Antwerpen, bezocht Rome, en stierf te Amsterdam. (Pieter van), geestig schilder van gevechten en dieren, was een broeder der beide vorigen.

Lees verder