Wat is de betekenis van blinde?

2022
2023-02-05
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

blinde

1) (1940) (Katwijk aan Zee) borrel. • ''n Taaie is een borrel. Wa zella-n-an taeja neme; ook 'n blinde. (G.S. Overdiep: De volkstaal van Katwijk aan Zee. 1940) 2) (1937) (bridge) speler die zijn kaarten open op tafel heeft. Ook wel: dummy. Zie ook: met een blinde spelen. • Oef, dat is nog juist gelukt, ademde oom op, maar d...

Lees verder
2019
2023-02-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

blinde

blinde - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die niet kan zien - De blinde had een blindengeleidehond nodig om naar zijn werk te kunnen gaan. - „Maar ik vroeg me af: wat missen blinden nog?”, zegt Dylan Verburg, student aan de Universiteit Twente. Daarom inter...

Lees verder
2018
2023-02-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

blinde

blinde - zelfstandig naamwoord uitspraak: blin-de 1. iemand die niet kan zien ♢ veel blinden hebben tegenwoordig een geleidehond 1. erover oordelen als een blinde over kleuren [terwijl je daar niet...

Lees verder
1998
2023-02-05
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

blinde

dummy

1990
2023-02-05
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

blinde

blinde - Mensen zonder enig gezichtsvermogen of met een zo beperkt zicht dat het gehoor en de tastzin de belangrijkste manieren van waarneming zijn.

1973
2023-02-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Blinde

v./m. (-n), die blind is; (spr.) hij oordeelt als een blinde over de kleuren, zijn oordeel is vals of verkeerd; in het land der blinden is éénoog koning, onder domme mensen wordt hij die iets meer weet dan de anderen, allicht voor zeer kundig gehouden; hij slaat ernaar als een blinde naar het ei, hij raadt ernaar, hij oordeelt er zeer...

Lees verder
1971
2023-02-05
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Blinde

Blinde - een hulpzeil dat bij hardzeilpartijen van Lemsteraken, botters e.d. bij achterlijke wind onder de fokkeloet werd gehangen.

1952
2023-02-05
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Blindé

I. gepantserd, pantser-, geblindeerd; II. pantserwagen.

Lees verder
1950
2023-02-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Blinde

m. en v. (-n), die blind is; — (spr.) hij oordeelt als een blinde over de kleuren, zijn oordeel is vals of verkeerd; — in 't land der blinden is éénoog koning, onder domme mensen wordt hij die iets meer weet dan de anderen, allicht voor zeer kundig gehouden; — hij slaat er naar als een blinde na...

Lees verder
1937
2023-02-05
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

blinde

m. en v. blinden (iemand, die blind is): zegsw. in het land der blinden is éénoog koning, onder onwetende lieden munt de halfweter uit; met den blinde spelen (kaartspel).

1930
2023-02-05
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

blinde

('blində) m. en v. (-n) persoon die blind is : de -n hebben vaak een sterk geheugen. Gez. als de ene de andere leidt, vallen ze beiden in het water, twee onverstandigen bewerken samen hun val; als een naar een ei slaan, geheel zonder grond gissen ; Kaartsp. met een spelen, in het whistspel. wanneer drie in plaats van vier personen spelen; over...

Lees verder
1898
2023-02-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Blinde

BLINDE, rr. en v. (-n), die blind is; — (spr.) hij oordeelt als een blinde over de kleuren, zijn oordeel is valsch of verkeerd; — in ‘t land der blinden is éénoog koning, onder domme menschen wordt hij die iets meer weet dan de anderen, allicht voor zeer kundig gehouden; — hij slaat ernaar als ten blinde naar...

Lees verder
1864
2023-02-05
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Blinde

Blinde, m. en v. (-n), die blind is; het -n-instituut, school voor blinden; hij oordeelt als een - over de kleuren, zijn oordeel is valsch of verkeerd. *-KOE, v. gmv. zeker kinderspel. *-LIJK, *-LINGS, bijw. zonder te zien; ik zal het - zeggen, raden; - gehoorzamen, zonder tegenspraak. *-MAN, m. (-nen), blinde; oud en blind man. -NETJE, (B. -N),...

Lees verder
1573
2023-02-05
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Blinde

sax. sicamb . j. focke. Dolon.

Lees verder