Wat is de betekenis van blijven?

2019
2021-06-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

blijven

blijven - Werkwoord 1. (copl) ~ + predikaat niet veranderen, voortduren Het blijft vervelend, zoiets. 2. (modl) ~ + onbepaalde wijs niet veranderen, voortduren, doorgaan De bal, die tegen de muur geworpen wordt, blijft terugkomen....

Lees verder
2018
2021-06-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

blijven

blijven - onregelmatig werkwoord uitspraak: blij-ven 1. niet weggaan ♢ ik bleef thuis 2. doorgaan ♢ het bleef maar regenen 3. het volhouden ...

Lees verder
2004
2021-06-23
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

blijven

Soms een eufemisme voor sterven, sneuvelen. Het WNT citeert o.a. Bijns en Hooft. Vaak in de verbinding ‘er in blijven’. Andere voorbeelden: ‘hij is op het slagveld (op de zee) gebleven.’ Eene zoo geweldige benaauwdheid, dat zij... er in blijven zou. A. Loosjes: Het Leven van Hillegonda Buisman. 1814, geciteerd in WNT

Lees verder
1997
2021-06-23
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

blijven

zie stijve.

1973
2021-06-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

blijven

blijven - blij'ven, (bleef, is gebleven), zelfst. en koppelww., 1. voortgaan te bestaan: wat ook vergaat, dit blijft; 2. een zekere toestand behouden, niet van plaats, tijd enz. veranderen: de lucht blijft bewolkt, daarom we thuis; ik blijf aan mijn werk; goed —, niet bederven, (ook) niet kwaad worden; gezond —, niet ziek worden; i...

Lees verder
1952
2021-06-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Blijven

v., bliuwe, bleau, bleaun; (niet vergaan), bistean; (verblijven) fortoevje; waar is mijn hoed gebleven? hwer is myn hoed keard, bidarre?; waar is dat gebleven?, hwer is dat stoud?; — bestaan, yn wêzen bliuwe; — bij, jin hâlde oan, by; kalm bij iets — earne neat &u...

Lees verder
1950
2021-06-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Blijven

(bleef, is gebleven), zelfst. en koppelwerkw., 1. voortgaan te bestaan: wat ook vergaat, dit blijft; 2. zekere toestand behouden: niet van plaats, tijd enz. veranderen: de lucht blijft bewolkt, daarom blijven we thuis; ik blijf aan mijn werk; ik blijf uw trouwe vriend; goed blijven, niet bederven, (ook) niet kwaa...

Lees verder
1926
2021-06-23
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Blijven

D. i. een gedurig bestaan hebben. Dat wordt toegekend aan God en alles wat van Hem is. De Heere blijft eeuwig (Ps. 9 : 8; 92 : 9; 102 : 13, 27). Gods Woord blijft (Ps. 119 : 89; Jes. 40 : 8; 1 Petr. 1 : 23, 25). Gods gerechtigheid (Ps. 111 : 2). Gods verbond (Ps. 111 : 9). Gods raad (Ps. 33 : 11). Gods stoel (Klaagl. 5 : 19). Daartegenover blijf...

Lees verder
1898
2021-06-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Blijven

BLIJVEN, (bleef, is gebleven), (zelfst. en koppelwerkw. ) zekeren toestand behouden, niet van plaats, tijd, enz. veranderen de lucht blijft bewolkt, daarom blijven we thuis; ik blijf uw trouwe vriend; gij gaat, ik blijf; — voortgaan met: ik blijf werken, blijf aan mijn werk; — achterwege blijven, niet geschieden, niet komen; — s...

Lees verder