Wat is de betekenis van Blancheren?

2020
2023-02-05
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

blancheren

Het begrip blancheren heeft 2 verschillende betekenissen: 1) kort opkoken. spijzen, voornamelijk groenten, kort opkoken of stomen voorafgaand aan de eigenlijke bereiding of als voorbereiding op het invriezen of andere vormen van conservering. 2) groenten aanaarden. groenten in de tuin of op het veld aanaarden om ze een blanke of gele...

Lees verder
2019
2023-02-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

blancheren

blancheren - Werkwoord 1. (ov) (kookkunst) het gedurende zeer korte tijd in kokend water gaar laten worden van voedingsmiddelen, zodat geur, smaak en uiterlijk optimaal behouden blijven Blancheren gebeurt altijd zonder deksel. Woordherkomst afgeleid van het Franse blanchir (met het...

Lees verder
2018
2023-02-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

blancheren

blancheren - regelmatig werkwoord uitspraak: blan-sje-ren 1. even in kokend water onderdompelen ♢ voordat je die boontjes invriest moet je ze even blancheren Regelmatig werkwoord: blan-sje-ren ik blancheer ...

Lees verder
2016
2023-02-05
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

blancheren

Het afkoken van vlees, groenten e.d.

2015
2023-02-05
Twan Akkers

MSc Human Resources

Blancheren

Blancheren is een kooktechniek waarbij voedsel een korte tijd gekookt wordt en vervolgens in koud water wordt gelegd of door koud water wordt afgespoeld. Het doel van blancheren is het garen van groente zonder kleurverlies en, bij koolsoorten, het wegnemen van de bittere smaak. Blancheren gebeurt altijd zonder deksel. Om voedsel, vaak groenten, te...

Lees verder
1994
2023-02-05
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Blancheren

[Fr. blanchir, van blanc, vr. blanche = wit, van VLat. blancus = wit] (cul.) lett.: wit maken; een spijs (vlees, groente) vóór de eigenlijke bereiding met veel water aan de kook brengen en na enkele minuten afgieten en koud afspoelen (sommige spijzen blijven dan blank, vandaar de naam)...

Lees verder
1993
2023-02-05
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Blancheren

even opkoken voor de eigenlijke bereiding (kook.); de vleeszijde van leer schoonschaven

1990
2023-02-05
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

blancheren

blancheren - Een melkachtig uiterlijk van hars- of olie-achtige vliesjes ontstaat na het aanbrengen van een oplosmiddel. Te onderscheiden van 'waas' dat algemeen wordt gebruikt om aan te geven dat allerlei oppervlakken er anders zijn gaan uitzien als gevolg van de inwerking van waterdamp of vocht uit de atmosfeer.

1974
2023-02-05
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

blancheren

kortstondig verhitten van fruit of groenten in kokend water, stoom of vochtige lucht. Doel: vernietigen van enzymen en verdrijven van lucht, toegepast in conservenindustrie.

1973
2023-02-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Blancheren

[Fr.] (blancheerde, heeft geblancheerd), 1. (leerbereiding) egaliseren van de vleeszijde van plantaardig gelooid overleer, m.n. bij tassentuigleer; 2. (van spijzen) ze enkele minuten opkoken of stomen vóór de eigenlijke bereiding; ook een korte warmtebehandeling voor groente en fruit voorafgaand aan het conserveringsproces (sterilise...

Lees verder
1955
2023-02-05
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Blancheren

behandelen van groente en fruit vóór conservering door koude.

1954
2023-02-05
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Blancheren

Een bewerking, welke in het fruit- en groentenconservenbedrijf wordt toegepast. Bestaat in een kortstondige verhitting in kokend water, stoom of vochtige lucht. Voornaamste doel is de vernietiging van enzymen, het verdrijven van luchten het soepel maken van het product (z. Fruit, verwerking van en Groenten).

Lees verder
1950
2023-02-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Blancheren

(blancheerde, heeft geblancheerd), 1. (lederbereiding) egaliseren van de vleeszijde van plantaardig gelooid overleder; 2. van spijzen: ze enkele minuten opkoken vóór de eigenl. bereiding; ook als vóórbewerking van steriliseren; 3. (tuinb.) andijvie, selderie enz. aanaarden en samenbinden, zodat zij geel en mals wordt.

Lees verder
1948
2023-02-05
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

blancheren

wit maken, (vlees) stoven; afkoken.

1947
2023-02-05
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Blancheren

is het kort opkoken, vooral van zekere groenten, vóór men met de eigenlijke bereiding begint, hetzij om er de sterke smaak af te nemen, of om ze beter te reinigen. Men blancheert bijv. kool, vanwege de smaak; gezouten spek, om het te ontzouten; tomaten om ze gemakkelijk van de schil te ontdoen.