Wat is de betekenis van Bis?

2020
2020-11-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Bis

Bis - Symbool 1. (muziek) aanduiding van het "Bis-majeurakkoord" Verwante begrippen Bism, Bis7

Lees verder
2003
2020-11-01
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

BIS

BIS - Engelse afkorting van Bank of International Settlements, de Bank voor Internationale Betalingen in Bazel.

1948
2020-11-01
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

bis

(Lat.) tweemaal, nog eens; artikel 5 ~, het na artikel 5 ingelaste artikel.

1916
2020-11-01
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

bis

bis - [Lat.], bw., 1. nog eens, bij herhaling; bi; 2. (na een telwoord) tweede (in een reeks gelijksoortige of gelijke eenheden): nummer 3 en nr. 3—; artikel 65—, bijgevoegd artikel. In de barokmuziek werd de herhaling vaak aangeduid door bij de te herhalen passage het woord ‘bis’ te plaatsen. Doorgaans wordt een herhaling...

Lees verder
1914
2020-11-01
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

bis

bis - tweemaal, nog eens.

1898
2020-11-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bis

Het begrip bis heeft 2 verschillende betekenissen: 1. bis - BIS, v. (w. g.) naam der noot welke een halven toon hooger is dan b. 2. bis - BIS, bw. nog eens, bij herhaling; — artikel 65bis van de onderwijswet. bijgevoegd artikel.

Lees verder
1864
2020-11-01
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

bis

bis - bw. nog eens, bij herhaling