Wat is de betekenis van binomiaal?

2019
2021-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

binomiaal

binomiaal - Bijvoeglijk naamwoord 1. met betrekking tot het binomium (van w:Isaac Newton|Newton) Woordherkomst afgeleid van binomium met het achtervoegsel -aal

Lees verder
1994
2021-05-16
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Binomiaal

bn van een binomium.

1993
2021-05-16
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Binomiaal

(binomisch) tweetermig (wisk.)

1973
2021-05-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

binomiaal

binomiaal - bn., tweetermig: van een binomium: binomiale coëfficiënten; binomiale reeks.

1950
2021-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Binomiaal

bn., (wisk.) tweetermig; van een binomium.

1939
2021-05-16
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Binomiaal

(→ binomium). Uit twee termen bestaande. Vb.1) binomiaalvergelijking. 2) Met een binomium samenhangend. Vb. binomiaalcoëfficienten. 3) In de Griekse wiskunde is de binomiaal (= uit twee termen bestaande) een irrationaliteit van den vorm p (1 + V λ)> waarin p een rationaal lijnstuk is en X een positief rationaal getal, dat niet h...

Lees verder
1916
2021-05-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Binomiaal

Binomiaal, behoorende bij het binomium*.