Wat is de betekenis van Bijzonder?

2024-05-30
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-05-30
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

bijzonder

bijzonder - Bijvoeglijk naamwoord 1. een hoogst eigenaardige kwaliteit of eigenschap hebbend Het is heel bijzonder om 's-avonds om 10 uur nog te werken aan het WikiWoordenboek. 2. bijzonder onderwijs (Nederland): school die niet door de overheid is opgericht De...

2024-05-30
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

bijzonder

bijzonder - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: bij-zon-der 1. niet algemeen of openbaar ♢ een bijzondere school heeft een eigen bestuur 2. nergens anders mee te vergelijken ♢ het is een bijzondere...

2024-05-30
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

bijzonder

- het bijzonderste, het belangrijkste, het voornaamste. Het bijzonderste is dat er aan de ingang van de straat een bord komt met ‘alleen toegang voor bewoners’. - HN, 07-03-2003. zie onderwijs.

2024-05-30
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Bijzonder

adj. & adv., bisûnder, apart, pitertuerlik, oars as oars; (zeer), tige, bare, danich, wakker(e); niet, net botte; iets -s, hwat sûnders; niet veel -s, net folie brets, aeps, sûnders.

2024-05-30
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-05-30
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

bijzonder

I. bn. (1 eigen, in tegenstelling met algemeen, gemeenschappelijk; 2 privaat, particulier, in tegenstelling met openbaar; 3 afwijkend van het gewone; 4 een zeer hoge graad hebbende van de door het bepaalde snw. genoemde hoedanigheid): 1. een bijzonder geval; iems. bijzondere belangen; 2. de bijzondere kas van den koning; het bijzonder onderwijs, ni...

2024-05-30
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

bijzonder

enz. = biezonder enz.

Wil je toegang tot alle 14 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-05-30
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Bijzonder

I. bn., 1. niet gemeenschappelijk, eigen, particulier: ieder gewest had zijn bijzondere munten; 2. niet algemeen, speciaal: de algemene en de bijzondere scheikunde; een volksvertegenwoordiger die voor de bijzondere belangen van zijn district opkomt; van het algemene tot het bijzondere afdalen; in het bijzonder, met name, namelijk: het geldt voor a...