Wat is de betekenis van Bijzonder?

2025-12-15
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

bijzonder

bijzonder - Bijvoeglijk naamwoord 1. een hoogst eigenaardige kwaliteit of eigenschap hebbend Het is heel bijzonder om 's-avonds om 10 uur nog te werken aan het WikiWoordenboek. 2. bijzonder onderwijs (Nederland): school die niet door de overheid is opgericht De...

2025-12-15
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

bijzonder

bijzonder - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: bij-zon-der 1. niet algemeen of openbaar ♢ een bijzondere school heeft een eigen bestuur 2. nergens anders mee te vergelijken ♢ het is een bijzondere...

2025-12-15
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

bijzonder

- het bijzonderste, het belangrijkste, het voornaamste. Het bijzonderste is dat er aan de ingang van de straat een bord komt met ‘alleen toegang voor bewoners’. - HN, 07-03-2003. zie onderwijs.

2025-12-15
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Bijzonder

adj. & adv., bisûnder, apart, pitertuerlik, oars as oars; (zeer), tige, bare, danich, wakker(e); niet, net botte; iets -s, hwat sûnders; niet veel -s, net folie brets, aeps, sûnders.

2025-12-15
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

bijzonder

I. bn. (1 eigen, in tegenstelling met algemeen, gemeenschappelijk; 2 privaat, particulier, in tegenstelling met openbaar; 3 afwijkend van het gewone; 4 een zeer hoge graad hebbende van de door het bepaalde snw. genoemde hoedanigheid): 1. een bijzonder geval; iems. bijzondere belangen; 2. de bijzondere kas van den koning; het bijzonder onderwijs, ni...

2025-12-15
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

bijzonder

enz. = biezonder enz.

2025-12-15
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Bijzonder

I. bn., 1. niet gemeenschappelijk, eigen, particulier: ieder gewest had zijn bijzondere munten; 2. niet algemeen, speciaal: de algemene en de bijzondere scheikunde; een volksvertegenwoordiger die voor de bijzondere belangen van zijn district opkomt; van het algemene tot het bijzondere afdalen; in het bijzonder, met name, namelijk: het geldt voor a...

2025-12-15
Etymologisch Woordenboek

Instituut voor de Nederlandse taal

bijzonder

bijzonder bn., bw. 'ongewoon; zeer' categorie: geleed woord Mnl. besondren (bw.) 'afzonderlijk' [1260-80; CG II, Wr.Rag.], besonder (bw.) [1285; CG II, Rijmb.], bisonder (bw.) 'in het bijzonder' [1299; CG I, 2673], (bn.) 'afzonderlijk' [1450-1500; MNW]; vnnl. bysonder (bw.) 'speciaal, in het bijzonder' [1...

2025-12-15
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Bijzonder

zie Aanmerkelijk.

2025-12-15
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Bijzonder

BIJZONDER, bn. en bw. (-der, -st, (ook) meer-, en meest-) afzonderlijk, op zich zelf: een volksvertegenwoordiger die voor de bijzondere belangen van zijn district opkomt; van het algemeene tot het bijzondere afdalen; — eene bijzondere school, niet openbaar; — niet van overheidswege gegeven: het bijzonder onderwijs; — zeer groot:...

Wil je toegang tot alle 18 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-15
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Bijzonder

Bijzonder, bn. en bijw. (meer -, meest -), afzonderlijk, op zich zelf; eigenaardig; vreemd; in het -, afzonderlijk; - spreken, heimelijk -, onder vier oogen spreken; het bevalt mij -; het is niets -s, niets geheims, (ook) heeft niet veel te beduiden. *-HEID, v. (...heden), vreemdheid, zonderlingheid; er kwam eene - bij voor; de bijzonderheden eener...