Wat is de betekenis van bijna?

2019
2022-12-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bijna

bijna - Bijwoord 1. op zo'n manier dat het niet veel schelen|scheelt of iets is zo Hij had bijna genoeg geld om die auto te kopen. Bijna voldoende betekent meestal helemaal gezakt. Woordherkomst samenstelling van bij en na Synonie...

Lees verder
2018
2022-12-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bijna

bijna - bijwoord uitspraak: bij-na 1. nog net niet helemaal ♢ we zijn bijna thuis Bijwoord: bij-na Synoniemen haast, hoegenaamd, nagenoeg, schier, vrijwel, zowat

Lees verder
1952
2022-12-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bijna

adv., hast, amper(oan), krapoan, skraechoan, skraech(wurk), omtrint, koarts, binei, neiby, byneistenby, suver, bykâns, in stik hinne, fierhinne; — zo zijn, der om rinne, der om sykje.

1950
2022-12-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bijna

bw-, zó dat er weinig aan ontbreekt of een eigenschap of toestand bestaat, of een handeling voltrekt zich, schier : bijna wit; ik ben bijna klaar ; ik was bijna gevallen; — op weinig na, ten naaste bij : er waren bijna honderd mensen.

1937
2022-12-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bijna

bw. (ten naaste bij, bijkans, schier).

1930
2022-12-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

bijna

(’bij) bw. ten naaste bij : het is dag; is nog niet half. Syn. →: bijkans.

1898
2022-12-06
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Bijna

zie Bijkans.

1864
2022-12-06
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Bijna

Bijna, bijw. bijkans, schier, ten naasten bij.