Wat is de betekenis van bijeen?

2019
2022-07-02
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bijeen

bijeen - Bijwoord 1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord: tezamen in een groep bijeenzijn: Zij waren die dag bijeen om het jubileum te vieren. 2. in elkaars nabijheid Alles bijeen zal het dus wel op een kleine 100 regels neerkomen....

Lees verder
2018
2022-07-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bijeen

bijeen - bijwoord uitspraak: bij-een 1. bij of met elkaar ♢ we zaten gezellig bijeen rond het vuur Bijwoord: bij-een Synoniemen gezamenlijk, samen, tezamen Tegenstellingen afzonderlijk, alleenstaand, apart

Lees verder
1985
2022-07-02
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

BIJEEN

maandblad internationale samenleving godsdienst en onderwijs, uitgave van de stichting Gezamenlijke Missiepubliciteit, eerst gevestigd te Deurne, sinds 1984 in ’s-Hertogenbosch. De stichting komt ook met boekuitgaven.

1952
2022-07-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bijeen

adv., byinoar, gear.

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bijeen

bw., geeft te kennen, dat twee of meer zelfstandigheden dicht in elkanders nabijheid zijn; soms ook dat zij een zekere eenheid, een groep vormen: de huizen van dit dorp staan dicht bijeen (vgl.: de meeste huizen dezer rij staan dicht aaneen); ik heb nog nooit zo’n verzameling bijeen gezien. In de spreekt, is bij elkaar gewoner. Bijeen komt me...

Lees verder
1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bijeen

bw. (bij elkander, te zamen); w.w. worden, inz. indien de vereniging het gevolg is van de werking, met bijeen aaneengeschreven en zijn scheidb., b.v. bijeenbrengen.

1898
2022-07-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bijeen

BIJEEN, bw. geeft te kennen, dat twee of meer zelfstandigheden in elkanders nabijheid zijn en tevens eene zekere eenheid, eene groep vormen, vgl. aaneen, waar dit laatste niet het geval is, bv.: de huizen van dit dorp staan dicht bijeen; de meeste huizen dezer rij staan dicht aaneen. In bij elkander treedt de gevormde eenheid minder op den voorgron...

Lees verder