Bij gebrek van brood eet men korstjes van pasteien
D.w.z. bij gemis van eene geringe zaak, waaraan men behoefte heeft, is men genoodzaakt iets van veel meerwaarde in de plaats te gebruiken (Tuinman I, 101 en [i]Ndl. Wdb.[/i] III, 1541; IV, 479; XII, 728); in schertsenden zin gebezigd.De zegswijze dateert uit de 17de eeuw; zie Mergh, 7: By gebrek van brood etetmen korsten van pasteyen; Smetiu...