Wat is de betekenis van bietsen?

2020
2021-01-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

bietsen

Het begrip bietsen heeft 2 verschillende betekenissen: 1) vragen. vragen; bedelen; schooien. 2) zonder te vragen nemen. stelen; zonder te vragen meenemen; wegnemen; meenemen; inpikken.

Lees verder
2020
2021-01-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

bietsen

(1924) (inf.) profiteren; klaplopen; (af)schooien; bedelen. Zie ook: op de biets lopen. Vgl.: organiseren*; pietheinen*; ritselen*. • Toch mocht hij zoo hier niet blijven bietsen tusschen bankslapers, zwervers, onder verleppende regenkilte en wind. (Israël Querido, De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 4: Mooie Karel. 1924) •...

Lees verder
2019
2021-01-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bietsen

bietsen - Werkwoord 1. (ov) (informeel) bedelen om, (iets) afbedelen, klaplopen (heel vaak sigaretten) De jongen wilde zelf geen sigaretten meer kopen en ging dus de hele dag bij anderen sigaretten bietsen. Toen iedereen nog rookte en sigaretten heel goedkoop wa...

Lees verder
2014
2021-01-16
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

bietsen

(< biets + -en), 1. klaplopen, parasiteren; kleine schenkingen of leningen afbedelen; inpikken: Hij bietst goed. Oprecht, weet u, en zonder omwegen. Hij zegt gewoon tegen je: ‘Meester, krijgt Jan nog geen spatje’, CARMIGGELT1 63; 2. zwerven: Toch mocht hij zoo hier niet blijven bietsen tusschen bankslapers, zwervers, onder verleppend...

Lees verder
1993
2021-01-16
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Bietsen

bedelen; klaplopen