Wat is de betekenis van bi?

2020
2021-08-04
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

bi

(1970+) (inf.) (zowel bijvoeglijk- als zelfstandig naamw.) biseksueel (persoon). De term duikt regelmatig op in contactadvertenties. In het Engelse slang wordt 'bi' al gebruikt sedert 1956. • (Geïllustreerde Encyclopedie van de Sexualiteit. Ned. vertaling van The Visual Dictionary of Sex. H.J.W. Becht-Amsterdam. 1977-1...

Lees verder
2019
2021-08-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bi

bi - Bijvoeglijk naamwoord 1. zowel met mannen als vrouwen seksueel actief Ze zijn rolmodellen om hun activisme of simpelweg om hun bereidheid openlijk lesbisch of bi te zijn. bi - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die zowel met mannen als vrouwen seksueel actief is ...

Lees verder
2018
2021-08-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bi

bi - bijvoeglijk naamwoord 1. wie zich seksueel aangetrokken voelt tot beide geslachten ♢ Jaques is niet homoseksueel, maar bi Bijvoeglijk naamwoord: bi Synoniemen biseksueel

Lees verder
1955
2021-08-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Bi

symbool voor bismut.

1954
2021-08-04
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Bi

1. chem. symbool voor bismuth. 2. (Lat.) voorvoegsel: twee. B.v. biceps, tweehoofd spier; bicolor, tweekleurig; biennis, tweejarig.

Lees verder
1933
2021-08-04
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Bi

afkorting voor → Bismuth.

1933
2021-08-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Bi

Bi - (chemie), symbool voor het chemisch element bismuth.

1923
2021-08-04
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Bi

(in samenstellingen), dubbel.

1916
2021-08-04
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

BI

Bladzijde.

1916
2021-08-04
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Bi

Bi. - chemisch symbool voor Bismut*.