Wat is de betekenis van bezwaar?

2019
2021-04-15
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bezwaar

bezwaar - Zelfstandignaamwoord 1. bedenking Zijn bezwaar werd direct behandeld en opgelost. 2. moeilijkheid, nadeel Het plan om midden in de stad een windturbine te plaatsten heeft grote bezwaren. bezwaar - Werkwoord 1. eerste pe...

Lees verder
2018
2021-04-15
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bezwaar

bezwaar - zelfstandig naamwoord uitspraak: be-zwaar 1. waardoor het niet ideaal is ♢ er is één bezwaar tegen zijn plan: het is te duur 2. argument ertégen ♢ mijn voornaamste bezwaar is dat het t...

Lees verder
2017
2021-04-15
Kadaster

Woordenboek van het Kadaster.

Bezwaar

Een bezwaar is het gebruik maken van een ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, om een voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.

2017
2021-04-15
De Schout

Begrippenlijst De Schout

Bezwaar

Een bezwaar is een protest van een burger tegen een bepaald overheidshandelen. Daarnaast wordt het in civiele kwesties ook als zodanig aangeduid.

1973
2021-04-15
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

bezwaar

bezwaar - o. (bezwaren), 1. last, moeite: een berg van bezwaren; het leven is vol bezwaren; 2. (in het bijzonder) iets dat de verwezenlijking van iets moeilijk maakt, onwenselijke omstandigheid: dat is een grondwettig -; 3. (financiële) druk, last: buiten van de schatkist; 4. bedenking: — maken; hij ziet er geen — in, zijn vriend te bedriegen, ontz...

Lees verder
1952
2021-04-15
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bezwaar

s.n., biswier (it), swierrichheit, slimmens, bitinking; groot, boppelêst, ballêst, biswiering; bezwaren, heakken en oezen, innen en oanen, fiven en seizen; ergens geenin zien, earne net oer kreune; zonder —, sachts, safts, sêfts; altijd bezwaren zien, a...

Lees verder
1950
2021-04-15
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Bezwaar

o. (bezwaren), 1. last, moeite: een tocht vol moeiten en bezwaren ; een berg van bezwaren ; het leven is vol bezwaren ; — in ’t bijz. : iets dat de verwezenlijking: van iets moeilijk maakt, onwenselijke omstandigheid: aan dat plan zijn veel bezwaren verbonden ; dat is een grondwettig bezwaar; (onder stadspred...

Lees verder
1933
2021-04-15
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Bezwaar

Bezwaar - (Ned. Bel. recht). 1° Hij, die van oordeel is, dat hij een te hooge belasting moet betalen, kan daartegen „bezwaar” maken. Verschillende colleges zijn met de rechtspraak over dergelijke bezwaren belast. ➝ Beroep. 2° In engeren zin noemt men „bezwaar” het b., dat men indient bij een administratieve vóórinstantie, welke op het bezwaar besli...

Lees verder
1916
2021-04-15
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Bezwaar

Bezwaar (Overdracht van), verrekening van gelden tusschen Depart. van Algem. Bestuur onderling of wel verrekening van gelden van het eene op het andere dienstjaar of van het eene op het andere begrootingsartikel.

1898
2021-04-15
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bezwaar

BEZWAAR, o. (bezwaren), last, moeite: de spoedige vervulling van dien post zal wel geen bezwaar geven; een berg van bezwaren; — ik heb bezwaar, zoo spoedig toe te treden, ik heb er wel iets tegen; — hij ziet er geen bezwaar in. zijn vriend te bedriegen. ontziet zich niet; — tegenwerping, bedenking mijne bezwaren zijn nog niet ui...

Lees verder