Wat is de betekenis van bezorgd?

2019
2021-01-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bezorgd

bezorgd - Bijvoeglijk naamwoord 1. met zorgen beladen Hij begon steeds bezorgder te kijken. De bezorgde moeder moet altijd weten waar de kinderen zijn. bezorgd - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van bezorgen Woordherkomst...

Lees verder
2018
2021-01-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bezorgd

bezorgd - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: be-zorgd 1. vol moeite om iemand in goede conditie te houden ♢ hij is erg bezorgd voor zijn oude ouders 2. bang dat een ander wat overkomt ♢ ik ben bez...

Lees verder
1973
2021-01-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

bezorgd

bezorgd - bn. (-er, -st), 1. zorg dragend, zorgzaam: de bezorgde moeder; vader was altijd zo — voor het geluk van zijn kinderen; 2. ongerust, vol zorg: een — gelaat of voorkomen; wees niet — voor de dag van morgen; met een — hart, een hart vol zorg en onrust; zich — maken, ongerust zijn.

Lees verder
1950
2021-01-23
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Bezorgd

bn. (-er, -st), 1. zorg dragende, zorgzaam: de bezorgde moeder ; vader was altijd zo bezorgd voor het geluk zijner kinderen ; 2. ongerust, vol zorg en kommer : een bezorgd gelaat of voorkomen; wees niet bezorgd voor de dag van morgen; met een bezorgd hart, een hart vol zorg en onrust: zich bezorgd maken, ongerust zijn; wees vo...

Lees verder
1898
2021-01-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bezorgd

BEZORGD, bn. (-er, -st), vol zorg en kommer; — een bezorgd gelaat of voorkomen, dat zorg en onrust aanduidt; — ik ben over die zaak bezorgd, zij verontrust mij; — de bezorgde moeder, die zorg over hare kinderen heeft; — vader was altijd zoo bezorgd voor het geluk zijner kinderen, zorgzaam, zorg hebbend voor; — wees voo...

Lees verder