Wat is de betekenis van beweren?

2019
2021-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

beweren

beweren - Werkwoord 1. (ov) iets met stelligheid verklaren zonder enige bewijsgrond Dat werd wel beweerd, maar later bleek het niet waar te zijn. Woordherkomst afgeleid van weren met het voorvoegsel be-

Lees verder
2018
2021-12-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

beweren

beweren - regelmatig werkwoord uitspraak: be-we-ren 1. zeggen dat het zo is ♢ hij beweert dat hij dokter is Regelmatig werkwoord: be-we-ren ik beweer jij/u beweert ...

Lees verder
1973
2021-12-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Beweren

(beweerde, heeft beweerd), 1. staande houden, zeggen dat iets zo is, desnoods zonder enige bewijsgrond: hij beweert het gezien te hebben; beweren en bewijzen zijn twee; ook met betrekking tot iets dat klaarblijkelijk onwaar is: hij beweerde het niet gehoord te hebben; 2. zeer vrijmoedig en druk praten, doorslaan: wat zit hij weer te beweren; 3. nie...

Lees verder
1952
2021-12-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Beweren

v., biweare, ornearje, úthâlde, hawwe wolle, sizze; iets, earne op út wolle, wêze.

1950
2021-12-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Beweren

(beweerde, heeft beweerd), 1. staande houden, zeggen dat iets zo is, desnoods zonder enige bewijsgrond : hij beweert stijf en strak, het gezien te hebben ; beweren en bewijzen zijn twee ; — ook met betr. tot iets dat klaarblijkelijk onwaar is : hij beweerde het niet gehoord te hebben; 2. zeer vrijmoedig en druk praten, doorslaa...

Lees verder
1937
2021-12-01
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

beweren

I. beweerde, h. beweerd (1 v. e. mening enz.: verdedigen, staande houden; dikwijls met de bijgedachte zonder deugdelijke bewijsgrond; 2 voorwenden; 3 druk praten en redeneren; 4 te zeggen, invloed, gezag hebben): 1. iets voor vast durven beweren; men beweert, dat Lucifer een politieke allegorie is; 2. de daders beweren onschuldig te zijn; 3. hij za...

Lees verder
1898
2021-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Beweren

Het begrip beweren heeft 2 verschillende betekenissen: 1. beweren - BEWEREN, (beweerde, heeft beweerd), staande houden, zeggen dat iets zoo is, desnoods zonder eenigen bewijsgrond hij beweert stijf en strak, hel gezien te hebben; — voorwenden, voorgeven: hij beweerde het niet gehoord te hebben; aanvoeren. BEWERING, v. (-en), zijne beweringen...

Lees verder