Wat is de betekenis van bevelhebber?

2019
2022-05-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bevelhebber

bevelhebber - Zelfstandignaamwoord 1. (militair) iemand die het commando heeft over een leger of vloot De bevelhebber droeg de manschappen op zich terug te trekken. Woordherkomst Samenstellende afleiding van bevel en de stam van hebben met het achtervoegsel -er Synoniemen c...

Lees verder
2018
2022-05-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bevelhebber

bevelhebber - zelfstandig naamwoord uitspraak: be-vel-heb-ber 1. persoon die de leiding heeft bij politie of brandweer ♢ hij is bevelhebber in het leger 2. persoon die de leiding heeft in het leger ...

Lees verder
1973
2022-05-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bevelhebber

m. (-s), iemand die het bevel voert, m.n. in het leger. In de Ned. krijgsmacht onderscheidt men: 1. Bevelhebber der Zeestrijdkrachten tevens chef van de Marinestaf, hoogste bevelvoerende autoriteit van de Koninklijke Marine met de rang van vice-admiraal. 2. Bevelhebber der Landstrijdkrachten tevens chef van de Generale Staf, hoogste bevelvoerende...

Lees verder
1950
2022-05-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bevelhebber

m. (-s), die het bevel voert, commandant.

1937
2022-05-20
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bevelhebber

m. bevelhebbers (bevelvoerder).

1898
2022-05-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bevelhebber

BEVELHEBBER, m. (-s), (mil.) die het bevel voert. BEVELHEBBERSCHAP. o. BEVELVOERDER, m. (-s).