Wat is de betekenis van beurs?

2022
2023-01-27
Studiekeuze

Studiekeuzewoordenboek

Beurs

Een beurs is financiële hulp voor je studie. Er zijn verschillende beurzen. Zo is er de aanvullende beurs die onderdeel is van de studiefinanciering. Ook zijn er beurzen voor studenten die in het buitenland willen studeren. De Nuffic heeft hier een overzicht van op Nuffic.nl.

2022
2023-01-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

beurs

(18e eeuw) (vaak verkleinvorm) balzak; mannelijk of vrouwelijk geslacht. • Maar Hollands Maagd biedt my haar beurs en zachten schoot. (Pieter Langendijk: De Gedichten. 1751) • Er zat te veel zaad in zijn beurs opgekropt, en toen ik me geil spoot schoot hij voor de tweede maal, in nog geen uur tijd. (Louis Paul Boon: Mieke Maaike’s...

Lees verder
2019
2023-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

beurs

beurs - Zelfstandignaamwoord 1. (economie), (handel) het beursgebouw waar effecten (waardepapieren) gekocht en verkocht worden De Amsterdamse beurs was gevestigd aan het Damrak 2. een houder voor munten en biljetten Hij had zijn beurs in zijn kontzak....

Lees verder
2018
2023-01-27
Ewoud Sanders

Journalist, taalhistoricus, trainer

Beurs

handelsbeurs Het Amsterdamse beursgebouw werd in augustus 1611 geopend. Joost van den Vondel schreef er een gedicht over, getiteld Aen de beurs van Amsterdam, waarin hij zich afvraagt 'Doorluchtigh koopslot [...] wat geest heeft uwen naem bedocht?' Vondel zag twee mogelijkheden. Het woord was afgeleid van 'de Beurs, die 't gelt met zorgh bewaert'...

Lees verder
2018
2023-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

beurs

beurs - zelfstandig naamwoord 1. waar je je geld in bewaart ♢ hij pakte een kwartje uit zijn beurs 1. diep in de beurs tasten [heel veel betalen] 2. met gesloten beurs betalen...

Lees verder
2003
2023-01-27
Lexicon Energiemarkt

Jean-Paul Pinon

Beurs

Open marktmechanisme met zichtbaar vraag- en aanbodproces. De rol van de beurs is het organiseren van transparantie inzake prijzen en prijsevoluties. Voor de goede werking Van de concurrentie moet er voldoende liquiditeit zijn: voldoende deelnemers met voldoende volumes voor transacties. Zie ook: futures, F: Pool, F: spotmarkt.

Lees verder
2003
2023-01-27
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

beurs

beurs - Ander woord voor markt, plaats waar vraag en aanbod van bepaalde goederen of diensten bij elkaar komen. In veel gevallen zijn beurzen officieel erkend door de overheid en bestaan er duidelijke regels voor de handel.

2002
2023-01-27
XYZ van Amsterdam

Geschreven door J. Kruizinga Gerrit Vermeer, 2002

Beurs

Beurs - Het spreekt vanzelf dat al in de Middeleeuwen, toen de handel in de stad reeds bloeide, de kooplieden op gezette tijden en op een vaste plaats bij elkaar kwamen om zaken te doen. Natuurlijk bleven zij bij die zaken liefst in de buurt van de haven, toen nog de Amstelmonding, Het Water*. Die vaste vergaderplaats van de kooplieden was in de Mi...

Lees verder
1991
2023-01-27
Encyclopedie van de Zaanstreek

Zaanse encyclopedie (1991)

Beurs

Som geld, bijeen gebracht of beschikbaar gesteld om onvermogenden te steunen (vergelijkbaar met de tegenwoordige studiebeurzen). In deze betekenis wordt gewezen op de Beurs voor Zeevarenden, een in 1615 opgericht fonds ter ondersteuning van zeelieden die door Duinkerker (of Biscayer of Barbarijer) kapers gevangen werden gehouden. Dergelijke fondsen...

Lees verder
1982
2023-01-27
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

BEURS

of markt in de ruimste betekenis; naam van elke gelegenheid tot ruiling van goederen op een plaats of tijd waarop bepaalde soorten van goederen (wol, vlas, vee, leer, boter, graan enz.) te koop worden aangeboden. Dit geschiedt vooral op jaarmarkten en missen, alsmede op weekmarkten. In vele steden werden voor bepaalde weekmarkten de marktpleinen ov...

Lees verder
1981
2023-01-27
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Beurs

1. regelmatige samenkomst van kooplieden op een bepaalde plaats en op een bepaalde tijd. In tegenstelling tot de jaarbeurs, zijn op de goederenbeurs de goederen zelf niet aanwezig. Effecten worden eveneens op beurzen verhandeld. De beurs bevordert een goede, overzichtelijke prijsvorming; 2. som geld, door de overheid, een stichting of een particuli...

Lees verder
1977
2023-01-27
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

beurs

beurs - 1°. Vrouw, geslachtsdeel; in de aanh. in woordspeling met ‘(geld)beurs’; zie ook stooter. ’k Zal u een stooter geven, Of zoo gij meer begeert, zoo bid ik, spreek Jufvrouw! Opdat ik in u beurs, nog meerder stooters douw. Het vermakelijk A. B, C. 10 [± 1785].2°. Balzak, scrotum (ook vermeld door CORNVERVL.). D...

Lees verder
1958
2023-01-27
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

BEURS

De Leeuwarder B. voor 1880 in pand aan Wortelhaven; voor boter in de Waag; ze werd er als op een markt aangevoerd. 1880 verrees het huidige B.-gebouw. De vrijdagse B. is voor boter en kaas eerste in het land, toonaangevend voor de hele Nederlandse zuivel. Voor granen, peulvruchten en aardappelen van betekenis voor de in N.Nederland geteelde produkt...

Lees verder
1954
2023-01-27
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Beurs

1. (plantk.) Zak of schede, waarin bij sommige paddestoelen het ondereind van de steel verborgen is; het is een rest van het algemeen omhulsel dat de nog onontwikkelde paddestoel geheel omgeeft. De b. is één van de hoofdkenmerken van enkele dodelijk giftige paddestoelen, zoals de groene knolzwam (en verwanten), maar aangezien zij vaak...

Lees verder
1952
2023-01-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Beurs

1. s., beurs, knip, pong(e); (handelsbeurs), beurs; met gesloten beurzen betalen, mei rekkenjen, mei de ta-pong bitelje, lykslaen; op iemandsteren, immen op ’e bûse libje; met zijnrekening houden, mei de pong to riede gean; zijngesloten houden, de...

Lees verder
1950
2023-01-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Beurs

v. (beurzen), 1. zakje, tasje voor geld; in de spreekt, niet alg. meer ; — de beurs trekken, betalen ; hij zal in de beurs moeten tasten, hij zal flink moeten betalen; — wel goede vrienden, maar elkander uit de beurs blijven, bij geldzaken niet op de vriendschap letten ; uit gemene beurs teren, gezamenlijk de kost...

Lees verder
1947
2023-01-27
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Beurs

(1) is de openbare plaats van samenkomst (soms ook die samenkomst ze)f) van kooplieden, schippers, makelaars, bankiers en andere personen, die een bedrijf uitoefenen ter bespreking van hun transacties zonder warenuitstalling; zij geschiedt op gezag van het plaatselijk bestuur en wordt plaatselijk gereglementeerd (artt. 59 en 61 W.v.K.). De naam is...

Lees verder
1940
2023-01-27
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Beurs

Regelmatig op een bepaalde plaats gehouden markt voor fungibele (binnen hun soort onderling vervangbare) goederen. Hieruit volgt, dat de op de B. verhandelde goederen niet als zoodanig of als monster aanwezig behoeven te zjjn, waardoor de B. zich van markt en veiling onderscheidt, omdat soort en qualiteit op de goederen B. volgens vastgestelde stan...

Lees verder
1939
2023-01-27
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Beurs

Tempel voor gelovigen, wier geweten overrijp is.

1937
2023-01-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

beurs

I. v. beurzen (1 zakje, waarin men geld bij zich draagt; geldbuidel; 2 ondersteunings- of studiefonds; 3 het gebouw, de plaats, waar kooplieden samenkomen om zaken te doen; de samenkomst zelf): 1. inz. in zegsw. het gaat uit een ruime beurs; in de beurs tasten, betalen; elkaar met gesloten beurzen betalen, zonder geld te geven; de beurs snijden, li...

Lees verder