Wat is de betekenis van beurs?

2026-07-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Beurs

v. (beurzen), 1. zakje, tasje voor geld; in de spreekt, niet alg. meer ; — de beurs trekken, betalen ; hij zal in de beurs moeten tasten, hij zal flink moeten betalen; — wel goede vrienden, maar elkander uit de beurs blijven, bij geldzaken niet op de vriendschap letten ; uit gemene beurs teren, gezamenlijk de kost...