Wat is de betekenis van beuling?

2019
2021-07-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

beuling

beuling - Zelfstandignaamwoord 1. (voeding) darm gevuld met vleeswaar, worst

Lees verder
2015
2021-07-24
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

beuling

worst, bloedworst Niet overal is de benaming 'witte pens' ingeburgerd. Er worden ook andere namen gebruikt: witte worst, witte boerenpens, witte beuling. 'Wit' staat dan tegenover 'zwart', de beuling die gemaakt wordt met varkensbloed. (Het Nieuwsblad) Geen Algmeen Nederlands Gangbaarheid: 2 Vlaamsheid...

Lees verder
1997
2021-07-24
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

beuling

De eigenlijke betekenis van dit woord is ‘ingewanden’. In Gallitalo’s vertaling van Alle de geestige Werken [1682] van François Rabelais komt de bastaardvloek gans bloed beulingen darmen voor. Zweren bij lichaamsdelen van God was niets ongewoons. Dus ook niet ‘bij Gods bloed, ingewanden en darmen&...

Lees verder
1985
2021-07-24
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

BEULING

Ook bloedbeuling en bakleverworst genoemd. Slachtgerecht uit Oost-Brabant, bereid uit: varkenslever, -hart, -nieren, tarwemeel met zemelen, gruttenmeel, kaantjes of spek, nagelgruis, zout en peper.

1973
2021-07-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

beuling

beuling - m. (-en), een ronde worstvormige heuprol die in de 16e en 17e eeuw rond de taille onder het vrouwenkostuum werd gedragen, zie kostuum.

1950
2021-07-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Beuling

m. (-en), 1. (gew.) ingewanden van vis, ook (Zuidn.) van andere dieren; 2. (volkst.) worst, meest in samenst.: bloedbeuling e.d.; 3. wat op worst gelijkt; verdikking in de staartriem van een paard; — (scheepsbouw) ronde lijst, b.v. tussen het rahout en de zetgang; — (bouwk.) halfcirkelvormig profiel, wrong, rondstaaf.

Lees verder
1916
2021-07-24
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Beuling

Een soort worst, afgeleid van het woord „badeling” hetgeen darm beteekend.

1898
2021-07-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Beuling

BEULING, m. (-en), worst: bloedbeuling; — (gew.) ingewanden van visch; — (vuurwerk) kruitworst; — valhoed; beuling des staartriems (van een paard); — (scheepsbouw) ronde lijst, bv. tusschen het rahout en de zetgang; — (bouwk.) wrong, rondstaaf; — (verouderend) (fig.) onkundige, knoeier. Beulinkje, o. (-s).

Lees verder