Wat is de betekenis van betwisten?

2024-06-16
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-16
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

betwisten

betwisten - Werkwoord 1. (ov) iemand iets ~ iemand het recht op iets of de juistheid van iets trachten te ontzeggen De twee landen betwisten al geruime tijd het bezit van dit kleine stukje grond. 2. de onjuistheid betogen of het tegendeel staande houden van, aanvechten, tegenspreken...

2024-06-16
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

betwisten

betwisten - regelmatig werkwoord uitspraak: be-twis-ten 1. zeggen dat hij het niet mag ♢ ik betwist jou het recht om in te grijpen 2. zeggen dat het niet waar is ♢ ik betwist dat dat gebeurd is...

2024-06-16
Jargon & Slang van Wielrenners

Marc De Coster (2017)

Betwisten

Betwisten - 'een koers betwisten': een wedstrijd houden, verrijden. Vlaamse en onjuiste uitdr. (gallicisme, naar Fr. disputer).

2024-06-16
Groot wielerwoordenboek

Marc de Coster (2009)

betwisten

Een koers betwisten: een wedstrijd houden, verrijden. Vlaamse en onjuiste uitdrukking (gallicisme, naar het Franse ‘disputer’). Ik weet het nog, alsof het eerst gisteren gebeurd ware, van dien tweeden Paaschdag van 1907 te Oostende: ik wandelde door de Kapellestraat, tot aan den boekwinkel, waar ik ‘L’Auto’ zou koopen, het inrichtend blad van Parij...

2024-06-16
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

betwisten

(betwistte, betwist) - een wedstrijd betwisten, een wedstrijd spelen (om), een wielerwedstrijd rijden, een voetbalwedstrijd spelen, een marathon lopen enz. Gedurende 8 dagen elke dag een wedstrijd betwisten, dat is eigenlijk te belastend. - LN, 09-08-2002. - een beker/kampioenschap betwisten, spelen, rijden, lopen om de beker. Niet...

2024-06-16
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

betwisten

1. M. betr. t. sportwedstrijden: (een wielerwedstrijd) rijden, verrijden; (een voetbalwedstrijd) spelen; (een marathon) lopen, enz. Ook betwist als bnw.In zes betwiste wedstrijden werd ik vijfmaal overwinnaar, JANS/VAN LOOY 1972, 26. Zelf heb ik drie jaar zesdaagsen betwist. Met wisselend sukses, JANS/VAN LOOY 1972, 64. 2. In de verb. prijs te...

2024-06-16
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Betwisten

v., bikreauwe, bistride, ôfstride; (een mening), ûntstride, tsjinstride.

Wil je toegang tot alle 16 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Betwisten

(betwistte, heeft betwist), 1. over het bezit van iets strijden: het betwiste gebied ; 2. tegenspreken, de onjuistheid of het tegendeel van iets beweren : een stelling betwisten; ik betivist niet, dat. ...; 3. ontzeggen : iem. een recht betwisten.