2019-10-16

betalen

betalen - Werkwoord 1. (ditr) geld (of andere zaken) geven aan iemand om de kosten te voldoen Wij hebben het uiteindelijk toch betaald gekregen. Wij moesten voor alle diensten afzonderlijk betalen. Woordherkomst afgeleid van talen met het voorvoegsel be- afkomstig van: Middelnederlands: betalen (be- + talen) Uitdrukkingen en gezegden Iemand...

2019-10-16

Betalen

Presteren (niet alleen in geld).

2019-10-16

betalen

Opleveren. In de uitdrukking: ‘beter betalen’. Bijvoorbeeld: 3♠ contract (140) betaalt beter dan 3♣ plus 1 (130).

2019-10-16

betalen

betalen - regelmatig werkwoord uitspraak: be-ta-len 1. geld geven in ruil voor iets anders ♢ ik betaal deze reep met een tientje 1. dat werk betaalt slecht [het levert weinig geld op] Regelmatig werkwoord: be-ta-len ik betaal jij/u betaalt

  • 2019-10-16

    Betalen

    BETALEN, (betaalde, heeft betaald), iem. het. verschuldigde toetellen of doen toekomen; — eene schuld vereffenen iem. eene rekening, eene schuld betalen; iem. betalen; de arbeiders werden met bonnetjes met (in) zilvergeld betaald; iets duur betalen, elkander met gesloten beurzen betalen; — beloonen den arbeid betalen; — betalende ertsen, die de ontginning loonen; — (fig.) den tol der natuur betalen, sterven; — het gelag betalen, zijne eigen vertering, ook die van anderen betalen; (fig....

    2019-10-16

    betalen

    betalen - (betaalde, heeft betaald), het wegens ontvangen goederen of bewezen diensten verschuldigde aan de rechthebbende of zijn plaatsvervanger doen toekomen; een schuld vereffenen, de goederen moeten aan de kassa betaald worden; iets duur elkaar met gesloten beurzen , door verrekening, zonder overdracht van geld; (fig.) de tol der natuur —, sterven; het gelag —, gelag; leergeld , door schade wijs worden; met gelijke munt —, kwaad met kwaad vergelden; wie zal dat —, zoete lieve Gerritj...

    2019-10-16

    Betalen

    Betalen - met geld een schuld vereffenen.

    2019-10-16

    Betalen

    zie Beloonen.