2019-11-18

bestemming

bestemming - Zelfstandignaamwoord 1. het eindpunt van een route, het doel Wat is de bestemming van je reis. Was is de bestemming van dit oude fabrieksterrein. Woordherkomst Naamwoord van handeling van bestemmen met het achtervoegsel -ing.

2019-11-18

Bestemming

BESTEMMING, v. (-en), datgene waartoe iem., iets is bestemd ‘s menschen bestemming; — zijne bestemming bereiken, eene goede plaats in de maatschappij krijgen; — de oorspronkelijke bestemming van dat huis; — de plaats zijner bestemming bereiken, aankomen waar men wezen moet.

2019-11-18

bestemming

bestemming - zelfstandig naamwoord uitspraak: be-stem-ming 1. doel om naar toe te gaan ♢ onze bestemming is Madrid 2. wat je ermee gaat doen ♢ we weten nog niet wat voor bestemming deze ruimte krijgt Zelfstandig naamwoord: be-stem-ming de bestemming de bestemmingen...

2019-11-18

bestemming

bestemming - v. (-en), datgene waartoe iemand, iets is bestemd door menselijke of hogere beschikking (in het laatste geval vrijwel gelijk aan: lot): ’s mensen —; dat was nu eenmaal zijn —; de oorspronkelijke van dat huis; op zijn — komen, een passende plaats in de maatschappij krijgen; op de plaats van aankomen, het reisdoel bereiken.

2019-11-18

Bestemming

Bestemming - plaats waarheen goederen heengezonden moeten worden.