2019-12-05

bestemmen

bestemmen - regelmatig werkwoord uitspraak: be-stem-men 1. beslissen naar wie het toe moet ♢ ik had dit schilderijtje voor jou bestemd 1. die opmerking was niet voor jou bestemd [het was niet de bedoeling dat jij hem hoorde] Regelmatig werkwoord: be-stem-men ik bestem

  • 2019-12-05

    bestemmen

    bestemmen - Werkwoord 1. (ov) een bepaald doel, functie voor iets aanwijzen De gemeente heeft de grond bestemd voor woningen. Na veel beraad is besloten het gebied te bestemmen tot natuurgebied. 2. zenden aan, geven aan, bewaren voor Deze bloemen bestem ik voor mijn vrouw. Woordherkomst Afgeleid van stem met het voorvoegsel be-.

    2019-12-05

    Bestemmen

    BESTEMMEN, (bestemde, heeft bestemd), aanwijzen. bepalen; (bijb.) alles heeft zijn bestemden tijd, bepaald, aangewezen; 't werk den mensch bestemd van boven, dient naar eisch door u betracht; — bestemd zijn voor, aangewezen zijn voor, eene strekking, een doei hebben: dit boek is bestemd voor schoolgebruik; — een brief voor u bestemd, aan u verzonden; — dat schip is bestemd naar Batavia; — hij is bestemd voor den handel. niet voor de balie, zal daarvoor opgeleid worden; een stuk grond voo...

    2019-12-05

    bestemmen

    bestemmen - (bestemde, heeft bestemd), 1. bestemd zijn voor, aangewezen zijn voor, een strekking, een doel hebben: dit boek is bestemd voor schoolgebruik; een brief voor u bestemd, aan u geadresseerd; toedenken: ik heb dit voor u bestemd; 2. met betrekking tot iemands toekomstige werkkring: hij is bestemd voor de handel, zal daarvoor opgeleid worden; in ruimere zin: hij is bestemd om een grote rol in de politiek te spelen, dat mag verwacht worden.