Wat is de betekenis van Bestanddeel?

2019
2022-05-17
Willem G. Keeris

Willem G. Keeris (1942) is emeritus hoogleraar Vastgoedmanagement en tevens visiting professor bij de groep Real Estate & Housing van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

Bestanddeel

Bestanddeel is de algemeen gehanteerde, niet gespecificeerde benaming voor het begrip, waar-mee wordt aangeduid al wat volgens algemene verkeersopvatting onderdeel van een vast-goedobject uitmaakt, evenals de zodanig met de hoofdzaak daarvan verbonden zaak, die daar-van niet gescheiden kan worden, zonder dat enige beschadiging van betekenis wordt t...

Lees verder
2019
2022-05-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bestanddeel

bestanddeel - Zelfstandignaamwoord 1. één van de componenten waaruit iets is samengesteld, opgebouwd of bereid Wij verkopen ingrediënten die zijn samengesteld uit vele bestanddelen. Groenten en fruit zijn belangrijke bestanddelen van...

Lees verder
2018
2022-05-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

bestanddeel

bestanddeel - zelfstandig naamwoord uitspraak: be-stand-deel 1. wat kleiner is dan het totaal ♢ welke bestanddelen heeft deze computer? 2. grondstof waarmee je iets maakt ♢ uit welke bestanddele...

Lees verder
2013
2022-05-17
Winish Ganesh

Fractiemedewerker Tweede Kamerfractie PvdA

Bestanddeel

Een bestanddeel is alles wat volgens verkeersopvattingen deel uitmaakt van een zaak. Indien een persoon een roerend goed koopt, kan hij ingevolge artikel 5:1 van het Burgerlijk Wetboek worden aangemerkt als eigenaar. Wanneer de aankoop een fiets betreft, is de eigenaar in beginsel eigenaar van alle onderdelen waaruit de fiets bestaat. Hierbij moet...

Lees verder
1992
2022-05-17
Hoofdlijnen Nederlands Recht

Hoofdlijnen Nederlands Recht

bestanddeel

Onderdeel van een delictsomschrijving. Pas als alle bestanddelen zijn vervuld, kan tot straf worden overgegaan. Bij misdrijven moet ook aan de eisen van wederrechtelijkheid en schuld zijn voldaan als deze eisen geen bestanddeel zijn.

1973
2022-05-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bestanddeel

o. (-delen), samenstellend deel: een belangrijk bestanddeel van onze taal; juridisch: zie bijzaak.

1952
2022-05-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bestanddeel

s.n., part (it).

1950
2022-05-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bestanddeel

o. (...delen), samenstellend deel, elk der stoffen waaruit een samengesteld lichaam bestaat; — ook van onstoff. zaken: een belangrijk bestanddeel van onze taal; — minder gewoon van persoonl. collectieven: een aanzienlijk bestanddeel der bevolking.

1937
2022-05-17
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bestanddeel

o. bestanddelen (samenstellend deel inz. bij een mengsel of een chemische verbinding): chemische bestanddelen; wezenlijke bestanddelen, toevallige bestanddelen; zie ingrediënt.

1898
2022-05-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bestanddeel

BESTANDDEEL, o. (-en), samenstellend gedeelte, eene der stoffen, waaruit een samengesteld lichaam bestaat.