Wat is de betekenis van bestand?

2024-02-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

bestand

bestand - Zelfstandignaamwoord 1. (informatica) een verzameling van gegevens die een eenheid vormen (en geschikt zijn voor (computer)verwerking), computerbestand, databestand of gegevensbestand Alle bestanden op de computer waren tegen kopiëren beveiligd. 2. een verzameling objecten van de...

2024-02-21
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

bestand

bestand - zelfstandig naamwoord uitspraak: be-stand 1. verzameling gegevens van mensen of dingen ♢ in dit bestand komt zijn naam niet voor 2. afspraak dat er voorlopig niet meer gevochten wordt ...

2024-02-21
NIMA marketing lexicon

NIMA (1993)

bestand

Verzameling van gegevens, opgebouwd volgens een bepaalde structuur en met een gemeenschappelijk kenmerk.

2024-02-21
Woordenboek Nederlandse termen van Bibliotheek en documentaire informatie

dr. P.J. van Swigchem en E.J. Slot (1990)

bestand

zie: gegevensbestand.

Wil je toegang tot alle 16 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-21
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Dr. E. Schröder (1980)

bestand

zie bestendig

2024-02-21
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

bestand

opgewasse; bestand teen.

2024-02-21
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Bestand

de bezetting van een perceel of bedrijf met planten, soms met vee: grassen-b., vee-b. Men spreekt van een gesloten b., indien de planten geen open plekken en onbedekte grond overlaten. Eveneens van een ongelijkmatig b., indien de ontwikkeling der planten van plaats tot plaats sterk uiteenloopt of indien de plantdichtheid sterk wisselt. Een gemengd...

2024-02-21
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Bestand

1. s.n., bistân (it). 2. adj., bistân, bistand, opwoeksen; tegen elkaarzijn, oaninoar bistege wêze.

2024-02-21
Duits woordenboek (DU-NL)

Dr. H. W. J. Kroes (1951)

Bestand

voorraad; inventaris, saldo; bosstand; aantal manschappen, effectief; bestendigheid; zum eisernen Bestand gehören, tot de vaste kern, het vaste repertoire behoren; von Bestand sein, Bestand haben, van duur zijn, blijven bestaan.

2024-02-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Bestand

I. bn., bestand zijn tegen, kunnen weerstaan of verdragen, opgewassen zijn tegen. II. o. (-en), wapenstilstand: het Twaalfjarig Bestand (van 1609 tot ’21). III. o. (-en), (germ.) (bosbouw) verzamelnaam voor al wat op een bepaalde bosgrond groeit.

2024-02-21
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

bestand

1. o. (wapenstilstand): het twaalfjarig bestand, 1609-1621; 2. bn. (kunnende weerstaan; opgewassen tegen): bestand tegen de verleiding; porselein is bestand tegen vuur.

2024-02-21
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Bestand

Twaalfjarig, > Twaalfjarig Bestand.

2024-02-21
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

bestand

I. (bə'stant) 1. o. vrede voor een bepaalde tijd: het Twaalfjarig Bestand. Syn. wapenschorsing, wapenstilstand. II. (bə'stant) bn. kunnende weerstaan : tegen vuur, vleierij zijn.

2024-02-21
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Bestand

o. (-en), wapenstilstand: het Twaalfjarig Bestand (1609-21).

2024-02-21
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Bestand

Het begrip bestand heeft 2 verschillende betekenissen: 1. bestand - BESTAND, bn. bestand zijn tegen, weerstaan kunnen, opgewassen zijn tegen. 2. bestand - BESTAND, o. wapenstilstand het twaalfjarig bestand (van 1609 tot ’21); — dat heeft, houdt geen bestand, dat zal niet lang duren.

2024-02-21
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Bestand

Bestand, bijw. - zijn tegen, weêrstaan kunnen. *-, o. gmv. wapenstilstand; het twaalfjarig -. *-DEEL, o. (-en), zamenstellend gedeelte, ingrediënt.