Wat is de betekenis van beslist?

2019
2021-07-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

beslist

beslist - Werkwoord 1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beslissen ♢ Jij beslist 2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beslissen ♢ Hij beslist 3. verouderde gebiedende wijs meervoud van beslissen beslist!...

Lees verder
2018
2021-07-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

beslist

beslist - bijwoord uitspraak: be-slist 1. zeker dat het juist is ♢ hij heeft beslist gelijk gehad Bijwoord: be-slist Synoniemen absoluut, ongetwijfeld, positief, ronduit, stellig

Lees verder
1973
2021-07-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

beslist

beslist - bn. en bw., 1. ontegenzeglijk waar of werkelijk, positief: de regering heeft geen besliste meerderheid, het is niet uitgemaakt, dat ze er een heeft; 2. niet weifelend, vastberaden: het besliste optreden van de politie; hij was — in zijn antwoorden, hij weifelde niet; 3. bw., stellig: hij komt geen aarzeling tonend: hij sprak zeer —.

Lees verder
1952
2021-07-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Beslist

adj. & adv., bislist; (stellig), perfoars(t).

1950
2021-07-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Beslist

bn. en bw. (vaak verward met beslissend), 1. ontegenzeglijk waar of werkelijk, positief: ’t is een besliste leugen; de regering heeft geen besliste meerderheid, het is niet uitgemaakt, dat ze er een heeft; — een beslist voor-, tegenstander, waarbij geen twijfel kan bestaan tot welke partij hij behoort. 2. nie...

Lees verder
1898
2021-07-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Beslist

BESLIST, bn. en bvv. (vaak voor het betere beslissend gebruikt), gedecideerd, vastberaden het besliste optreden der politie; — eene besliste meening hebben, niet weifelen; een beslist persoon, voorstander; — hij was beslist in zijne antwoorden, hij weifelde niet, hij toonde zich iem. die weet wat hij wil; — ’t is eene besl...

Lees verder