Wat is de betekenis van Berekenen?

2019
2022-08-10
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

berekenen

berekenen - Werkwoord 1. (ov) door rekenen iets bepalen De kosten daarvan zijn al berekend. 2. hoeveel geld ergens voor gevraagd wordt Hij rekent wel erg veel voor zijn diensten. Woordherkomst Afgeleid van rekenen met het voorvoegsel be...

Lees verder
2018
2022-08-10
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

berekenen

berekenen - regelmatig werkwoord uitspraak: be-re-ke-nen 1. iets aan de weet komen door te rekenen ♢ heb je berekend hoe duur onze reis wordt? 2. het laten betalen ♢ Ahmed berekende mij alle kos...

Lees verder
1973
2022-08-10
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Berekenen

(berekende, heeft berekend), 1. door rekenen vaststellen, uitcijferen: een grootheid, een bedrag, een som, een vraagstuk berekenen; in het bijzonder nagaan hoeveel iets kosten kan, ramen: de kosten van een reis berekenen; 2. in rekening brengen: iemand weinig onkosten berekenen; 3. uit zekere gegevens iets afleiden, opmaken; 4. niet volgens het...

Lees verder
1952
2022-08-10
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Berekenen

v., birekkenje, bisiferje; ergens voor berekend zijn, earne klear foar wêze.

1950
2022-08-10
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Berekenen

(berekende, heeft berekend), 1. door rekenen vaststellen, uitcijferen: een grootheid, een bedrag, een som, een vraagstuk berekenen; — in ’t bijz.: nagaan hoeveel iets kosten kan, ramen: de kosten ener reis berekenen. 2. in rekening brengen: iem. weinig onkosten berekenen. 3. uit zekere gegevens iets afleiden, opmak...

Lees verder
1937
2022-08-10
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

berekenen

berekende, h. berekend (1 door rekenen bepalen of vaststellen; 2 iets uit bepaalde gegevens opmaken, afleiden; overwegen; beramen; 3 in rekening brengen): 1. de kosten van iets berekenen op; 2. de waarde berekenen; alle kansen berekenen; 3. iem. iets te hoog berekenen.

Lees verder
1898
2022-08-10
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Berekenen

BEREKENEN, (berekende, heeft berekend), uitcijferen, uitrekenen eene som, een vraagstuk berekenen; — nagaan hoeveel iets kosten kan, ramen; — in rekening brengen iem. weinig onkosten berekenen; berekend naar (tegen) tien ten honderd; — (fig.) ijskoude, berekenende koelbloedigheid, die het voor- of nadeel steeds overweegt, en zic...

Lees verder