Wat is de betekenis van Benepen?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

benepen

benepen - Bijvoeglijk naamwoord 1. benauwd, angstig 2. bekrompen Synoniemen [2] enghartig, kleingeestig

Lees verder
2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

benepen

benepen - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: be-ne-pen 1. waar je aan kunt merken dat iemand bang is ♢ met een benepen stem vroeg ze wat ik wilde 2. met weinig ruimte voor mensen die anders denken ...

Lees verder
1980
2021-01-19
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Benepen

Onder benepen verstaat men: benauwd, niet vrijmoedig, eng, nauw, kleinzielig. Men spreekt van een benepen gezicht, een benepen stemmetje, een benepen opvatting. Eigenlijk is benepen het voltooide deelwoord van een in onbruik geraakt werkwoord benijpen, samenstelling van nijpen. Naast nijpen (nijpende kou, nijptang) staat knijpen, zoals knikken naas...

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

benepen

bn. (-er, -st), 1. benauwd, benard, beklemd; niet vrijmoedig; meteen stemmetje, verlegen, niet helder; een — gezicht zetten, van angst weggetrokken; er — uitzien, bleek, minnetjes; 2. eng, bekrompen.

1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Benepen

bn. (-er, -st), 1. benauwd, benard, beklemd; niet vrijmoedig; met een benepen hart, zeer kleinmoedig; met een benepen stemmetje, verlegen, niet helder; een benepen gezicht zetten, van angst weggetrokken; 2. eng, bekrompen.

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Benepen

BENEPEN, bn. (-er, -st), benauwd, benard, verlegen, hachelijk, beklemd; — (zeew.) gestrand; — (fig.) met een benepen hart, niet vrijmoedig; — met een benepen stemmetje, verlegen, niet helder; — een benepen gezicht zetten, van angst weggetrokken. BENEPENHEID, v. beklemdheid; — (zeew.) stranding.

Lees verder