Wat is de betekenis van Benauwend?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

benauwend

benauwend - Bijvoeglijk naamwoord 1. angst opwekkend Het gaf een benauwend gevoel om te weten dat we er een aantal uur niet uit zouden kunnen. benauwend - Werkwoord 1. onvoltooid deelwoord vanbenauwen Synoniemen beangstigend

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

benauwend

bn., 1. benauwd makend, drukkend: benauwende warmte; 2. angstig makend, beklemmend: een — schouwspel.

1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Benauwend

bn., 1. benauwd makend, drukkend: benauwende warmte; 2. angstig makend, beklemmend: benauwende dromen; een benauwend schouwspel.

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Benauwend

BENAUWEND, bn. drukkend; — benauwende warmte, verstikkende warmte, (dikwijls vervangen door benauwd, vgl. beslissend enz.); — benauwende droomen, die angst, kommer geven.

Lees verder