Wat is de betekenis van benaming?

2019
2022-05-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

benaming

benaming - Zelfstandignaamwoord 1. een naam die aan iets of iemand gegeven wordt Deze benaming is niet erg goed gekozen. Woordherkomst Afgeleid van naam met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -ing.

Lees verder
2018
2022-05-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

benaming

benaming - zelfstandig naamwoord uitspraak: be-na-ming 1. woord waarmee je zegt hoe iets of iemand heet ♢ de oude benaming voor Sri Lanka is Ceylon Zelfstandig naamwoord: be-na-ming de benaming ...

Lees verder
1990
2022-05-17
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

benaming

benaming - Beschrijvende of connotatieve namen, woorden of frasen die als naam worden gebruikt.

1973
2022-05-17
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Benaming

v. (-en), naam die men iemand of iets geeft, vaak met de gedachte dat het niet de eigenlijke , algemene of officiële naam is: spuit is een grappige benaming voor paraplu.

1952
2022-05-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Benaming

s., bineaming.

1950
2022-05-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Benaming

v. (-en), naam die men iem. of iets geeft, gewoonl. met de gedachte dat het niet de eigenlijke, algemene of officiële naam is: spuit is een grappige benaming voor paraplu; wilde olijf is een benaming voor de gagel; — onder benaming van.

1937
2022-05-17
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

benaming

v. benamingen (naam): onder benaming van, d. i. onder de titel of naam van.

1898
2022-05-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Benaming

BENAMING, v. (-en), naam onder benaming van.