Wat is de betekenis van Bemorsen?

1973
2023-01-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bemorsen

(bemorste, heeft bemorst), vuilmaken: kleren bemorsen.

1952
2023-01-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bemorsen

v., bigrieme, bibargje, bimuozje, bimotte, bimotsje, bimjuksje, bismoarkje, bisnústerje, bibigje, bislabberje, hislibberje, bislanterje, bislinterje; ergens mee bemorst worden, earne fan fetsje; met vuile voeten —, bipeazgje, bipeaskje, biwâdzje; met droge waar —, birûgelje.

1950
2023-01-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bemorsen

(bemorste, heeft bemorst), door morsen vuilmaken.

1937
2023-01-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bemorsen

bemorste, h. bemorst (bekladden, vuil maken): zich bemorsen; zijn kleren bemorsen.

1930
2023-01-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

bemorsen

(bə'morsən) (bemorste, heeft bemorst) vuil maken : zijn kleren, zich -.

1898
2023-01-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bemorsen

BEMORSEN, (bemorste, heeft bemorst), bekladden, vuilmaken. BEMORSING, v.

1864
2023-01-30
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Bemorsen

Bemorsen, (B...SCHEN), bw. gel. (ik bemorste, heb bemorst), bekladden, vuil maken. *...MORSING, v. gmv. *...MOST. vd. bn. met mos begroeid.

Lees verder