Wat is de betekenis van belust?

2019
2020-11-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

belust

belust - Bijvoeglijk naamwoord 1. belust op: verlangend en zoekend naar het genoemde Een op macht beluste generaal plande de machtsgreep. Het publiek is op sensatie belust.

Lees verder
2018
2020-11-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

belust

belust - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: be-lust 1. er heel erg naar verlangen ♢ hij is belust op feestjes Bijvoeglijk naamwoord: be-lust

Lees verder
1973
2020-11-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

belust

bn. (-er, meest —), lust hebbende, begerig zijnde naar: — zijn op sensatie, avontuur.

1898
2020-11-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Belust

BELUST, bn. (-er), begeerig; — belust zijn op, lust hebben in; — wie is er belust ? wie heeft er trek in?; — die vrouw is belust, met lusten (van zwangere vrouwen). BELUSTHEID, v. ziekelijke lust (inz. bij zwangere vrouwen).

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten