Wat is de betekenis van belendend?

2025-12-06
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

belendend

belendend - Bijvoeglijk naamwoord 1. (van panden/vertrekken) aangrenzend. Het belendende huis was afgebrand. Synoniemen aangrenzend, aanliggend, aanpalend

2025-12-06
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

belendend

aangrensend.

2025-12-06
Agrarisch Encyclopedie

Veerman (1954)

Belendend

Aangrenzend; inzonderheid gebezigd bij de omschrijving van onroerend goed (het woord land zit erin!). In de omschrijvingen van onroerend goed b.v. in geval van verkoop worden veelal de belendingen daarvan, volledig en in volgorde, opgenomen: de wegen en wateren en de aanliggende eigendommen met kadastrale aanduiding en de namen der eigenaren.

2025-12-06
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Belendend

adj., oanswettend, oanbuorjend.

2025-12-06
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

belendend

bn.: de belendende huizen; belendende percelen.

2025-12-06
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Belendend

tegen iets aanliggend, aan iets grenzend, bijv. het belendend perceel.

2025-12-06
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

belendend

bn. wat belendt: een huisvertrek. Syn. →: aangelegen.

2025-12-06
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Belendend

zie Aangelegen.

2025-12-06
Prisma Nederlands Fries

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2025-12-06
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)

Wil je toegang tot alle 12 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-06
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)