Wat is de betekenis van beleggen?

2019
2021-09-21
Willem G. Keeris

Willem G. Keeris (1942) is emeritus hoogleraar Vastgoedmanagement en tevens visiting professor bij de groep Real Estate & Housing van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.

Beleggen

Beleggen is het algemeen gehanteerde, niet gespecificeerde begrip, waarmee wordt aangeduid het geven van een naar verwachting renderende bestemming, in de vorm van het genereren van inkomsten en/of vermogensgroei, aan een beschikbaar vrij besteedbaar financieel ver-mogen, met een gegeven, of variabele omvang, voor een bepaalde, dan wel onbepaalde,...

Lees verder
2019
2021-09-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

beleggen

beleggen - Werkwoord 1. (ov) geld steken in een naar verwachting winstgevende onderneming of in waardepapieren Hij had al zijn spaargeld belegd in een teakkwekerij maar die was minder winstgevend als hij hoopte. 2. (ov) (scheepvaart) een scheepstouw vastmaken, vastsjorren 3. (ov) het toevo...

Lees verder
2018
2021-09-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

beleggen

beleggen - regelmatig werkwoord uitspraak: be-leg-gen 1. regelen en laten ontstaan ♢ hij belegt binnenkort een vergadering 2. er iets op doen ♢ hij belegt zijn brood met kaas ...

Lees verder
2017
2021-09-21
Mijnwerkerspensioen

Mijnwerkerspensioenen bij Aegon

Beleggen

Beleggen is geld investeren op de financiële markten.

2003
2021-09-21
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

beleggen

beleggen - Het opzijleggen van contant geld om bijvoorbeeld effecten, valuta’s, grondstoffen of onroerend goed te kopen, met het doel rendement te behalen.

1971
2021-09-21
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Beleggen

Beleggen - een tros, lijn, staaldraad of ketting zodanig vastzetten op een klamp of bolder dat hij niet meer kan uitlopen en toch gemakkelijk losgenomen kan worden. Daartoe neemt men eerst een torn rond de klamp of bolder, vervolgens enige achtvormige kruisslagen en zonodig wordt met een halve steek afgewerkt, De rondtorn dient om bij losmaken terw...

Lees verder
1952
2021-09-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Beleggen

v., bilizze; (van geld), útsette.

1950
2021-09-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Beleggen

(belegde, heeft belegd), 1. een oppervlakte bedekken door er iets op te leggen, b.v. een vloer met een tapijt; een boterham met haas beleggen; belegde broodjes; als techn. term: (spiegels) foeliën; — (japonnen, mantels) garneren. 2. (zeew.) vastmaken, vastsjorren: een touw, een knoop beleggen; een touw houden en beleg...

Lees verder
1940
2021-09-21
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Beleggen

Onder B. wordt in de ruimste beteekenis verstaan bestemming geven aan gespaarde gelden, dus ook B. in goud, sieraden, enz.; in engere zin (Investeer en) met een productieve bestemming, waardoor sparen in kapitaalvorming overgaat. Terwijl sparen als onthouding van consumptie negatief is, is B. positief. Sparen beteekent reserveeren van in het produc...

Lees verder
1910
2021-09-21
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Beleggen

Beleggen - klinkende munt, munt of bankpapier dus in 't algemeen geld, dat geen rente geeft, vastleggen in vaste goederen, effecten of andere rente gevende eigendommen, deze voor dat geld koopen. Ook: geld geven op beleening of prolongatie enz. met het doel om van dat geld intrest te genieten. In het algemeen zeker kapitaal rentegevend maken door h...

Lees verder
1898
2021-09-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Beleggen

BELEGGEN, (belegde of beleide, heeft belegd of beleid), dekken met (een vloer met een tapijt); — (spiegels) foeliën; — (gew.) beslaan (de pooten van een paard); — garneeren (japonnen, mantels); — (zeew.) een touw beleggen, vastmaken, vastsjorren; — een touw houden en beleggen, stevig vasthouden en het vastmake...

Lees verder