Wat is de betekenis van belazerd?

2022
2023-02-05
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

belazerd

1) (1874) (inf.) gek, niet goed wijs. Betekent eigenlijk: aangetast door de lazarusziekte. • Ben je nou helemaal belazerd, om mijn wagen voor keuken te gebruiken? (Leeuwarder Courant, 04/09/1891) • beloazêrd, beloastêrd: belotjêt, enz. in: bist” beloazêrd?! ben je gek! ook: bin je beloazerd, zuurkoo...

Lees verder
2019
2023-02-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

belazerd

belazerd - Bijvoeglijk naamwoord 1. (informeel) mal, dwaas 2. (informeel) erg slecht, beroerd belazerd - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van belazeren

Lees verder
2018
2023-02-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

belazerd

belazerd - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: be-la-zerd 1. wie erg raar doet, zijn verstand kwijt is ♢ niet met die nieuwe schoenen in het water, hoor, ben je belazerd! Bijvoeglijk naamwoord: be-la-zerd de/het belazer...

Lees verder
1980
2023-02-05
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Belazerd

Iemand die belazerd is, is eigenlijk melaats. In de Middeleeuwen is melaatsheid een afschuwelijk veel voorkomende besmettelijke ziekte waarbij het lichaambedekt was met uitslag en kwaadaardige zweren. In de Bijbel wordt gesproken van de bedelaar, Lazarus geheten ‘welke lag voor zijn poort, vol zweren’ (Luc. 16 : 20). Hij was dus kenneli...

Lees verder
1950
2023-02-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Belazerd

bn., (plat) bedonderd, niet wijs; beroerd.

1937
2023-02-05
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

belazerd

bn. (melaats, vol uitslag of lazerij): ben je belazerd, d. i. ben je zot? plat.

1925
2023-02-05
Nederlandse spreekwoorden

Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925) door F.A. Stoett

Belazerd

In de uitdr. belazerd zijn, d.i. gek zijn; eig. aangetast zijn door de lazarus-ziekte, de melaatschheid; mnl. belasertwas synoniem van besiect, fri. bisiucht, zaansch besjoecheld (Boekenoogen, 55), getikt zijn. Zie [i]Ndl. Wdb.[/i] II, 1682; fri. bilazerd; Molema, 501; Opprel, 46 b; Gunnink, 1...

Lees verder
1914
2023-02-05
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

belazerd

belazerd - (argot), gek, krankzinnig; eigenlijk; lijden aande Lazarus-ziekte, de melaatschheid.

1898
2023-02-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Belazerd

BELAZERD, bn. (plat) ben je belazerd ? niet wijs ? vgl. Lazarusziekte.