Bekwaamheid
v. (...heden), 1. het bekwaam-zijn, kunde en geschiktheid (voor een vak): akte van bekwaamheid tot het geven van lager onderwijs; de patroon stelde de bekwaamheid van zijn meesterknecht op hoge prijs; 2. opzicht waarin men bekwaam is, talent: de vereiste bekwaamheden bezitten.