Wat is de betekenis van beklemmen?

2025-12-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Beklemmen

(beklemde, heeft beklemd), 1. als in een klem vastgrijpen ; 2. (fig.) benauwen ; 3. (recht.) onder beklemrecht brengen.

2025-12-13
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

beklemmen

beklemmen - Werkwoord 1. (ov) vasthouden in een klem Je moet het voorwerp goed beklemmen. 2. (ov) een bedrukt gevoel geven Dat spul beklemt me behoorlijk. 3. (ov) (juridisch) iemand onder beklemrecht brengen Wij zull...

2025-12-13
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Beklemmen

v., biklamme, biklamje, biknipe, bisette, binearje.

2025-12-13
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

beklemmen

beklemde, h. beklemd (1 vastknijpen, drukken, persen; 2 fig. benauwen): 1. zijn arm raakte beklemd; 2. een beklemmend gevoel.

2025-12-13
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

beklemmen

(bə'klemmən) (beklemde, heeft beklemd) vastknijpen, vastklemmen : zijn arm raakte beklemd tussen twee delen der machine. 2. benauwen : met een beklemd gemoed. 3. Recht, met het beklemrecht belasten.

2025-12-13
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Beklemmen

(beklemde, heeft beklemd), 1. als in een klem vastgrijpen; 2. (fig.) benauwen; 3. (recht) onder beklemrecht brengen.

2025-12-13
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Beklemmen

BEKLEMMEN, (beklemde, heeft beklemd), bezetten; dringen; persen; — (recht.) onder onveranderlijke, onopzegbare pacht brengen.

2025-12-13
Prisma Nederlands-Duits

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2025-12-13
Prisma Duits-Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2025)

2025-12-13
Prisma NL Sranantongo

Unieboek | Het Spectrum (2025)

Wil je toegang tot alle 13 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-13
Prisma Nederlands Fries

Unieboek | Het Spectrum (2025)