Synoniemen van Bekken

2019-08-18

Bekken

Onderdeel van het skelet bestaande uit met elkaar vergroeide beenderen die een verbinding vormen tussen de wervelkolom en de achterste ledematen Het bekken (pelvis) van de mens bestaat uit drie gepaarde heupbeenderen en het heiligbeen (os sacrum). Het heiligbeen is opgenomen in de wervelkolom en eindigt in het staartbeen (coccyx). De drie heupbeenderen zijn os ilium (darmbeen, het grootste bot dat je voelt onder je lendenen), os ischium (zitbeen), en os pubis (schaambeen). Aan de zijkant vormen...

Lees verder
2019-08-18

Bekken

Bekken - jeugdslang voor ‘zoenen’. Alsof ik niet met eigen ogen heb gezien hoe eerzame huisvaders hun kans schoon zagen en een beschonken buurmeisje bekten, onderwijl een hand tussen d’r boerenkieltje en beha proppend. Nieuwe Revu, 27-02-98

Lees verder
2019-08-18

bekken

bekken - Zelfstandignaamwoord 1. een vrij ondiepe maar brede ronde schaal 2. (anatomie) het gebeente tussen beide heupen Mensen hebben een nauw bekken en dat kan bij de geboorte van een kind een groot probleem zijn. 3. (muziekinstrument) een slaginstrument bestaande uit een metalen schaalvormige voorwerp Bekkens worden los gebruikt maar ook per twee tegen elkaar geslagen. 4. (geologie) (...

Lees verder
2019-08-18

bekken

Het deel van het skelet dat de benen met de wervelkolom (ruggengraat) verbindt. Het bekken bestaat uit het heupbeen en de heupkom. Het speelt een belangrijke rol bij de houding en de beweging van het hele lichaam. Het bekken beweegt mee met de benen en de romp. In de bekkenholte zitten allerlei organen. Vrouwen hebben een breder bekken dan mannen. Daardoor is er ruimte om een kind in de buik te laten groeien. Kijk ook bij gebroken heup.

Lees verder
2019-08-18

Bekken

Bekken - goed klinken. Toneeljargon. Carré is niet het orgasme, dat is natuurlijk waanzin, maar je moet wel geprepareerd binnenkomen. Je moet geen twijfels meer hebben, geen onzekerheden. Het moet bekken. - Vrij Nederland 24.8.1985 ​

Lees verder
2019-08-18

bekken

bekken - zelfstandig naamwoord uitspraak: bek-ken 1. gedeelte van je lichaam tussen je heupen ♢ haar bekken is niet ruim genoeg om een kind te baren 2. wijde, ondiepe kom ♢ in dit bekken hoort warm water voor het nat scheren 3. holte in de nier ♢ zij heeft een ontsteking...

Lees verder
2019-08-18

Bekken

Bekken - (anatomie), zie GERAAMTE.

2019-08-18

bekken

o. (-s), 1. wijde, ondiepe ronde kom, bestemd om vocht op te vangen of te bevatten (-»-doopbekken): het van een fontein; 2. metalen bord waartegen geslagen wordt om een sein te geven; 3. benige ring, gevormd door de beide heupbeenderen, het heiligbeen en het stuitbeen: het grote en het kleine —; (ook) de daardoor ingesloten holte ©; 4. kom, holte: het — van een nier; (geografie) laagte; — van een stroom, dat deel van de aardoppervlakte waarvan de waterafvoer door die stroom plaatsheeft;...

Lees verder
2019-08-18

bekken

Opening of gat in het blok van een schaaf waardoor de schaafbeitel wordt gestoken, zó dat deze er aan de onderzijde van het blok, aan de zool, met de scherpe zijde, de vouw, doorheen steekt.