Wat is de betekenis van bekakt?

2024-02-23
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

bekakt

(18e eeuw) (inf.) gemaakt defitig, verwaand, arrogant; geaffecteerd (uitspraak). Ook: onnozel. Syn. kakkineus. Volgens sommige bronnen van origine Amsterdams of mogelijk studententaal (zie citaten 1947 en 1964). Niet vermeld in het grootste woordenboek van de Nederlandse taal, het WNT. Het woord werd reeds gebruikt in de 17e eeuw (in de letterlijke...

2024-02-23
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

bekakt

bekakt - Bijvoeglijk naamwoord 1. door overdreven gedrag, vooral spraak, benadrukkend dat men tot de bovenlaag wil behoren de corpsbal praatte zelfs nog bekakt als hij stond te kotsen bekakt - Werkwoord 1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekakken ...

2024-02-23
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

bekakt

bekakt - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: be-kakt 1. wie denkt dat hij beter is dan anderen ♢ doe niet zo bekakt, je bent ook maar een meisje uit de polder! 2. niet natuurlijk, niet echt ♢ in Am...