Wat is de betekenis van beisje?

2020
2021-06-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

beisje

(1844) (ook: beissie) (< Hebr. bet, tweede letter van het Hebreeuwse alfabet) (Barg.) dubbele stuiver, dubbeltje. Andere Bargoense syn.: beestje*; duppie*; hondje*; knoopje*; ridder*; schubbetje*; witje*; zilverkluitje*. • Denk echter niet, dat wij amchen zijn, die op den scholm met den jas, de vonk of den das hebben staan lenzen;...

Lees verder
1950
2021-06-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Beisje

o. (-s), dubbeltje.

1949
2021-06-18
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

beisje

dubbeltje (zie: hondje).

1919
2021-06-18
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Beisje

in de z.g. dieventaal = een dubbeltje. Beis is het hebr. telwoord twee, d. i. de letter b, die als cijfer voor 2 dient, zooals ook in ’t Grieksch ’t geval is. ’t Is dus een muntstuk van twee stuivers, zooals ook het woord dubbeltje dubbelen stuiver beduidt.